Search
Close this search box.

Van politiek naar metapolitiek

De kans blijft bestaan dat GroenLinks-PvdA deze verkiezingen een van de grootste partijen wordt, maar zo'n winst blijft betekenisloos als links blijft meebuigen met rechts en niet zelf het discours bepaalt. Jouke Huijzer schreef voor Een wereld te winnen een column over wat we werkelijk moeten verlangen van linkse politiek.
(Illustratie: Thomas van Gaalen )

Abonneer je voor €30 en krijg toegang tot alle artikelen en dit jaar twee nummers op papier.

Het is nog te vroeg om voorspellingen te doen over de verkiezingsuitslag, maar er bestaat een reële kans dat de gecombineerde lijst van GroenLinks en Partij van de Arbeid bij de komende verkiezingen de meeste zetels zal behalen. Voor het eerst sinds 1998 zou dat betekenen dat een ‘historisch’ linkse partij de grootste wordt en kans heeft om de premier te leveren. Een coalitie geleid door een (of eigenlijk twee) linkse partij(en) zou een bekroning betekenen van de langgekoesterde ambitie van de PvdA om met GroenLinks te regeren. Voor GroenLinks zou eindelijk de mogelijkheid ontstaan om überhaupt eens te regeren. Decennialang lijkt die wens om mee te regeren en om niet buitenspel te staan na de verkiezingen het leitmotiv van de politieke strategie van beide partijen te zijn geweest.

De PvdA besloot eind jaren tachtig en begin jaren negentig om naar het midden te trekken om een aantrekkelijke coalitiepartner te blijven – een manoeuvre die begin jaren tachtig nog onmogelijk werd gemaakt door de leden. GroenLinks is eigenlijk sinds haar oprichting bezig om de partij klaar te stomen voor regeringsdeelname. In de jaren negentig werden onder Rosenmöller enkele principiële punten (over ontwapening en het Koningshuis) al opzij geschoven zodat deze geen obstakel zouden vormen voor potentiële regeringspartners. Onder het leiderschap van Femke Halsema werd een nadrukkelijk liberale koers richting het midden ingezet. Jesse Klaver probeerde daarna met een soort catch-all-strategie via een ‘kantinetour’ GroenLinks tot een ‘brede volkspartij’ om te vormen.

Electoraal leverde die koersveranderingen wisselende resultaten op. Ideologisch waren ze desastreus. Het is niet nodig de lange lijst aan beleidsterreinen waar nodeloze concessies werden gedaan hier te herhalen. Door almaar te zoeken naar beleidscompromissen en daar steeds maar verantwoordelijkheid voor te nemen (terwijl de werkelijke verantwoordelijkheid bij de coalitie lag), door steeds maar in te binden ‘omdat de regerende partijen anders met extreemrechts in zee zouden gaan’ steunde gevestigd links keer op keer rechts beleid. Als er al druk uit werd geoefend op het midden dan kwam dat van de SP, de Partij voor de Dieren en recenter BIJ1.

Een politiek die niet uitgaat van het haalbare, maar aan de slag gaat om te veranderen wat als haalbaar wordt gezien.

Ook wanneer GroenLinks-PvdA dus samen de grootste partij wordt en vervolgens coalitie-onderhandelingen moet leiden, zal dit op zijn best tot enkele veranderingen in de marge leiden. Want een meerderheid over links zal niet te vinden zijn, de keuze blijft dus tussen onderhandelen met rechts of met extreemrechts. Het zal misschien een marginale verbetering ten opzichte van Ruttes vier kabinetten betekenen, maar om niet slechts ‘iets beter beleid’ maar ook echt ‘linkser’ beleid te kunnen voeren, zal een andere opstelling nodig zijn: een politiek die niet uitgaat van het haalbare, maar aan de slag gaat om te veranderen wat als haalbaar wordt gezien.

Pas als links er in slaagt om het strijdperk te verplaatsen, kan werkelijke verandering worden gerealiseerd. Daarbij is het in de eerste plaats van belang dat links er weer in slaagt om het debat te bepalen. Dat zij de aandacht niet alleen verlegt naar onderwerpen die een existentiële bedreiging voor ons allemaal vormen (zoals klimaatverandering), maar vooral ook naar zaken die in het dagelijks leven direct zichtbaar en tastbaar zijn. Dat er een stem wordt gegeven aan de mensen die nu vaak niet of maar weinig gehoord worden. Dat andere sociale conflicten centraal komen te staan dan de vermeende sociale tegenstellingen die nu onze aandacht opslokken.

We kunnen het linkse politieke partijen aanrekenen dat zij niet de inspanningen hebben geleverd om aan deze veranderingen bij te dragen: dat ze te veel georiënteerd zijn geweest op het pluche en te weinig op de vertegenwoordiging van het linkse geluid uit de wijken, van de werkvloer en van de straat. Tegelijkertijd zien zij ook hoe rechtse media en gevestigde belangen er veel om te doen is om progressieve politiek te blokkeren. Linkse politici moeten door een uiterst vijandig medialandschap navigeren en helemaal alleen kunnen ze dat niet veranderen.

Dit is de reden dat het een centraal doel moet zijn voor links om politiek breder te benaderen dan alleen de vraag hoe we de volgende verkiezing kunnen winnen. Veel belangrijker is het om het dominante discours en de randvoorwaarden van het debat te bepalen, daarbij spelen politieke partijen, de media, intellectuelen en sociale bewegingen een centrale rol. Het vereist niet alleen dat partijen naar links opschuiven, maar ook dat sociale bewegingen figuurlijk een megafoon in de media en het parlement wordt voorgehouden.

De afwachtende opstelling van linkse partijen ten opzichte van de snelwegblokkades van Extinction Rebellion, bijvoorbeeld, staan in schril contrast met de manier waarop rechts maanden eerder mede de trekkers besteeg. Nee, de effectieve verontwaardiging over de keuzes van rechts zou veel luider en duidelijker moeten klinken binnen de gevestigde instituties van Den Haag tot Hilversum. Het opbouwen van kanalen om die verontwaardiging duidelijk te maken is veel belangrijker dan de komende coalitieonderhandelingen. Want als links het discours bepaalt zullen rechtse partijen, zelfs als links in de oppositie zit, zich genoodzaakt zien om links beleid te voeren. De afgelopen decennia was het eerder andersom.

Jouke Huijzer is redacteur van Jacobin Nederland. Deze column schreef hij voor ons nulnummer Een wereld te winnen. Abonneer je op Jacobin en