Search
Close this search box.

Nederland

Het nieuwe kabinet zal het kapitaal en de cultuurstrijd dienen

Het hoofdlijnenakkoord is zowel in maatschappelijk/cultureel, maar zeker ook in economisch opzicht extreemrechts: ‘Wilders, Omtzigt, Van der Plas, en Yesilgöz, die in navolging van Rutte allemaal zo graag spreken over “de hardwerkende Nederlander”, laten deze keihard vallen.’

Waarom zijn studenten boos?

Volgens Pepijn Brandon, hoogleraar mondiale economische en sociale geschiedenis, is het niet verwonderlijk dat studenten in actie komen tegen de genocide in Gaza. De vraag is eerder waarom we dat niet allemaal doen.

De universiteit is onverdedigbaar

Terwijl zij zag hoe de politie insloeg op studenten die demonstreren tegen het Israëlische staatsgeweld, vroeg Irene van Oorschot zich af wat er nog te verdedigen is aan de universiteit.

Q-koorts: agribusiness maakte Nederland al ruim voor Covid ziek

Vorige maand was ik voor mijn werk op een netwerkbijeenkomst in Utrecht. Er werden driftig handen geschud, ook door mij, alsof Covid-19 zich alweer in hetzelfde verleden bevindt als de steentijd. Iemand maakte een opmerking over het handen schudden, waardoor ik weer besefte dat ons collectieve geheugen als het om onaangename zaken gaat eerder functioneert als een collectief vergiet. 

Ook over de oorzaak van Covid hoor je zelden nog iemand: de mondiale productie en handel in vlees, met alle bossen en biodiversiteit die ervoor worden opgeofferd, met de risico’s dat goed verborgen virussen ontketend worden, en met al dat gesleep van bij elkaar gepropte dieren wier leven van geboorte tot slacht een lijdensweg is. Het is allemaal legaal, het mag gewoon: een schip met runderen voor de kust van Kaapstad bracht dit onlangs weer aan het licht toen de halve stad zuchtte onder de stank van dit drijvende inferno.

De Nederlandse intensieve veehouderij is een van de hoofdrolspelers in de wereldomspannende nachtmerrie van big agro. De Nationale ombudsman bracht dit recent opnieuw in herinnering met een derde (!) rapport over de Q-koorts: Leven met Q-koorts. Q-koorts was de voorbode van Covid-19; dit is net als Covid-19 een zoönose (een dierziekte die op mensen kan overgaan), met ook voor mensen dodelijke gevolgen. Iedereen die een grote mond opzet over Wuhan vergeet Q-koorts, een Nederlandse doe-het-zelf-zoönose, onze hoogsteigen poldercovid. 

Zo’n 50.000 mensen raakten ermee besmet tussen 2006 en 2010, meer dan honderd overleden eraan. Vooral geitenhouders in Noord-Brabant veroorzaakten de verspreiding. Drie jaar lang duurde het voordat de overheid de besmette geitenboerderijen had ‘geruimd’. 50.000 geiten mochten door de gehaktmolen. En al die tijd werden er mensen besmet. Nog een overeenkomst met Covid-19: een deel van de mensen die Q-koorts kregen, worstelt nog steeds met de gevolgen doordat ze QVS hebben: Q-koortsvermoeidheidssyndroom: burn-outverschijnselen, chronische en extreme vermoeidheid. Iedereen die weet wat long covid is, moet dat bekend in de oren klinken.  

‘Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de zaak getraineerd, heeft weggekeken. Ik vind het lastig te verteren dat de privacy van boeren belangrijker was dan bescherming van de bevolking.’

Het rapport van de ombudsman is eenvoudig van opzet. Het begint met een korte inleiding, gevolgd door een groot middendeel dat bestaat uit ‘de verhalen van patiënten’. Het sluit af met een samenvattende analyse: gebrek aan erkenning en herkenning van patiënten, gebrek aan steun voor patiënten, gebrek aan kennis bij zo ongeveer iedereen, een uiteenzetting over hoe gemeenten verschillen in hun aanpak. Als laatste doet de ombudsman een oproep tot meer medisch onderzoek naar QVS en een oproep aan de overheid om eindelijk excuses te maken. De verhalen van patiënten getuigen van een schrijnende en woestmakende onrechtvaardigheid.

Het geblunder van de overheid was én is werkelijk formidabel. Of nou ja, dit is waartoe een politiek systeem leidt dat de belangen van agribusiness vooropzet. Een tamelijk willekeurig fragment uit het rapport:

Gedurende de epidemie heeft de overheid lange tijd het publiek niet geïnformeerd over de Q-koortsuitbraken op boerderijen. Ook werd geen informatie verstrekt over de risico’s van de Q-koortsbacterie voor mensen en hoe je besmetting kon voorkomen.

Je kunt wel raden waarom: de intensieve veeteelt moest beschermd worden, tot het bittere eind. Zoals toenmalig RIVM-directeur Infectieziekten Roel Coutinho ooit zei: ‘LNV zei het nooit hardop, maar het is logisch om bij elke maatregel de afweging te maken tussen de opbrengst voor de volksgezondheid en de kosten voor de sector en de samenleving.’ En dit is hoe Anneke, ooit geestelijk verzorger in een woon-zorgcentrum, het beschrijft in het rapport: ‘Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de zaak getraineerd, heeft weggekeken. Ik vind het lastig te verteren dat de privacy van boeren belangrijker was dan bescherming van de bevolking. Je kon nog gewoon langs boerderijen fietsen zonder dat je wist wat er aan de hand was.’

Wat ook opvalt aan de verhalen is dat de zorg voor QVS-patiënten volkomen ontoereikend is. Dat klachten vaak gebagatelliseerd worden. Er worden verkeerde diagnoses gesteld. Reële klachten worden voorgesteld als ‘psychosomatisch’. Zoals Anneke het formuleert: ‘De patiënt houdt de klachten zelf in stand door gedachten en gedrag.’

Hieronder kun je lezen wat Eva schrijft. Ze werkte als doktersassistente en vertrok uit de stad omdat ze meer natuur om zich heen wilde en van tuinieren hield. Een half jaar na de verhuizing werd ze ziek: ‘Ik moest steeds op controle komen bij de arboarts. Dat was wel oké. Maar de casemanager van de verzekeraar van mijn werkgever schreef een brief aan mijn arboarts waarin stond dat ik in het kader van re-integratie een fulltimeprogramma moest volgen met allerlei therapieën. De Arboarts wilde dat advies overnemen. Hij zat vlak voor zijn pensioen en wilde over mijn zaak niet de strijd aangaan met het UWV. Toen raakte ik volledig in paniek. De gedachte dat ik allerlei bewegingstherapieën moest gaan doen, fulltime, terwijl ik zo moe was! En ze zaten maar te drammen dat ik beter moest worden. Ja, dat wilde ik zelf ook. Maar het ging niet. Het werd op een gegeven moment zo erg dat ik suïcidaal werd.’

Je wil niet werken? Arboartsen en verzekeraars maken je het leven zuur tot je er niet meer tegen kunt. Gelukkig kunnen patiënten steun krijgen van de stichtingen Q-support en Q-uestion, het was Q-support dat Eva uiteindelijk behoedde voor deelname aan die bewegingstherapie. Maar uit de verhalen blijkt ook dat het heel lang kan duren voor je als Q-koortspatiënt beseft dat je bij deze stichtingen moet zijn voor hulp. En ook zijn patiënten niet altijd tevreden over hoe Q-support werkt (deze stichting wordt gefinancierd door het ministerie van VWS). Ondertussen hebben patiënten het nog altijd zwaar, vaak ook financieel, omdat ze niet meer kunnen werken. Ze worden voor hun inkomen sterk afhankelijk van hun partner en van een bescheiden arbeidsongeschiktheidsuitkering. 

Laat het even op je inwerken: mensen zijn ziek geworden door geitenhouders die een dodelijke ziekte verspreid hebben en door een falende overheid. Het gevolg: ze worden niet goed geholpen, maar juist op allerlei manieren dwarsgezeten. En een schadevergoeding dan? Die kwam er in 2018: 15.000 euro per patiënt, maximaal. Een flutbedrag als je bedenkt dat ze de rest van hun leven niet meer kunnen werken. En dan heb ik het niet eens over de kinderen die ook ziek zijn geworden, soms zelfs al in baarmoeder, zoals de elfjarige Roos die nu een rolstoel nodig heeft om zich te verplaatsen. 

Meer dan 14,5 miljoen euro mocht de schadevergoeding voor patiënten de regering niet kosten. Weet je hoeveel er in 2010 al vrijgemaakt was om geitenboeren te compenseren? 

60 miljoen euro. 2010: het jaar dat de Q-koortsuitbraak nog niet eens achter de rug was.

Hoe de overheid omgaat met Q-koorts is maar al te herkenbaar. Denk aan Tata Steel, aan Schiphol, of aan Chemours. Zolang Nederland een overheid heeft die de winsten van een economisch smaldeel boven de volksgezondheid stelt, boven natuur en biodiversiteit, boven het collectieve belang, kortom, is het wachten op het volgende schandaal. 

Deze column werd in maart geschreven voor ons nieuwe nummer ZORGEN, voordat in het nieuws kwam dat er in het Gelderse Brakel voor het eerst sinds 2016 weer een Q-koortsuitbraak was. ZORGEN presenteren we morgen vanaf 20 uur in OCCII in Amsterdam.

Jan-Willem Anker is redacteur van Jacobin Nederland. Daarnaast werkt hij als communicatiemedewerker bij Climate Adaptive Services (CAS) en hij is schrijver: vorig jaar verscheen zijn laatste roman Boze Zomer.

Verder lezen?

Jacobin bestaat dankzij betalende abonnees.

Sluit een abonnement af, en lees meteen deze en al onze andere bijdragen.

Met groet,

De redactie van Jacobin Nederland

PS: Al abonnee? Log dan in om verder te lezen.

Eerst het succes, dan de moraal

Aan media-aandacht heeft Rutger Bregman geen gebrek. Zijn nieuwe boek, Morele ambitie, staat in alle kranten en wordt ook op televisie veel besproken. Het boek is tegelijk gelanceerd met The School for Moral Ambition, een non-profitorganisatie in Amsterdam.

Het is, heel toepasselijk, Bregmans meest ambitieuze project tot nu toe, na zijn eerdere werk over de vooruitgang, het universele basisinkomen en het ongekend succesvolle De meeste mensen deugen uit 2019. De Engelse vertaling daarvan lag in boekhandels over de hele wereld in de etalage. Nu zegt hij niet enkel te willen schrijven, maar ook in actie te komen. The School for Moral Ambition zou niets minder dan een wereldwijde beweging moeten worden.

Met zijn nieuwste boek populariseert Bregman ideeën uit de Engelstalige wereld. Daar is in de afgelopen jaren het gedachtegoed van het effectief altruïsme, een liefdadigheidsbeweging, heel populair geworden. De Engelse filosoof Benjamin Todd, een van de grondleggers daarvan, hield in zijn boek 80,000 Hours uit 2016 al een soortgelijk pleidooi als dat van Bregman.

Succes is bovenal ‘impact’. Bregman onderschrijft de typisch neoliberale economisering van moraliteit. Iemand zonder succes is nu niet alleen in maatschappelijk, maar ook in moreel opzicht een loser.

Bregman bindt de strijd aan met de ‘verspilling van talent’. Veel goedbetaalde en succesvolle mensen kiezen voor een veilige carrière, in plaats van verandering na te streven en ‘een verschil te maken’. Er zijn andere maatstaven voor succes nodig, zoals het goede doen en maatschappelijke impact. Waar het volgens hem aan ontbreekt, is ‘morele ambitie’.

Dat verduidelijkt Bregman aan de hand van een indeling in vier categorieën. Mensen die ambitieus noch idealistisch zijn, zitten vast in bullshit jobs. Mensen die weliswaar ambitie hebben, maar geen idealen, eindigen veelal als consultant, marketeer, bankier of jurist op de Zuidas. Dan is er een groep mensen die niets voor elkaar krijgt, het ‘woke activisme’. En tot slot heb je wat Bregman als de perfecte combinatie ziet: mensen met ambitie én idealen.

Winners en losers

Het is meteen duidelijk dat Bregman preekt voor mensen zoals hijzelf: in de eerste plaats universitair geschoolden die over voldoende materiële zekerheid beschikken om ondernemerschap na te streven. Kortom, een groep met een zeker sociaal en cultureel kapitaal en vooral ook besteedbaar vermogen. Zoals het wervende tekstje op de site van zijn ngo het stelt: ‘Je hebt een keurig cv en een prima baan. Je bent wat ze in de volksmond “succesvol” noemen.’ Bregman richt zich als lid van de elite tot de elite. Wat morele ambitie betreft hoeven we ons over de volgorde geen illusies te maken: eerst het succes, dan de moraal. Of zoals hij zijn recept formuleert: ‘Stel dat je de ambitie van een carrièretijger neemt en er een flinke scheut idealisme aan toevoegt.’

Niet toevallig is Bregman dan ook het strengst voor mensen die wel idealen hebben, maar gespeend zouden zijn van ambitie. Deze figuren, die Bregman vooral op links waarneemt, voert hij op in de gedaante van de ‘nobele verliezer’: iemand die ‘goede intenties’ heeft, maar niets bereikt. Linkse idealisten – ‘woke activisten’, veganisten, klimaatactivisten, en radicale systeemcritici, allemaal op één hoop gegooid – overschatten het belang van ‘bewustzijn’ en komen niet tot praktische resultaten. Bregman citeert Margaret Thatcher: ‘Niemand zou zich de barmhartige Samaritaan herinneren als hij alleen maar goede bedoelingen had gehad; hij had ook geld.’

De grote paradox van Bregmans pleidooi is dat ondanks alle kritiek op de idealisten die bewustzijn boven actie verkiezen, morele ambitie zelf uiteindelijk ook alleen maar een roep om bewustzijnsverandering is.

Dit is niets nieuws, maar een bekende diagnose die ook op links door velen wordt gedeeld. Er zijn artikelen en boeken over volgeschreven. Om werkelijk iets te veranderen, heeft een linkse beweging een organisatie, een plan, en ja, ook geld nodig. Maar Bregman ziet in deze kritiek aanleiding om volstrekt onkritisch een conventioneel idee van succes te omarmen en zelfs te verheerlijken. Succes is bovenal ‘impact’. Hij onderschrijft de typisch neoliberale economisering van moraliteit. Iemand zonder succes is nu niet alleen in maatschappelijk, maar ook in moreel opzicht een loser.

Voor Bregman begint het veranderen van de wereld bij jezelf. Morele ambitie is dan ook in de eerste plaats een zelfhulpboek. Het kijkt vanuit een door en door individualistisch perspectief naar de wereld. Het gaat uiteindelijk om het ontplooien van je ‘talent’ en het bereiken van je ‘idealen’. Maar zonder verdere context is niet duidelijk wat ‘het goede’ is dat gedaan zou moeten worden. En vanuit dit zelfhulpperspectief worden de belangrijke bewegingen die de Bregman noemt – het abolitionisme in de VS, het georganiseerd verzet tegen de Jodenvervolging in Nederland – gereduceerd tot anekdotes over Grote Persoonlijkheden, zonder ze te zien voor wat ze waren: sociale en politieke bewegingen.

De persoon met een systeemkritisch perspectief wordt op karikaturale wijze neergezet. Bregman heeft het over ‘geprivilegieerde types die zodra het over hun eigen verantwoordelijkheid gaat, roepen dat we het eerst over het systéém moeten hebben’. Systeemkritiek bestaat alleen als een rookgordijn voor het ontlopen van de eigen verantwoordelijkheid. Maar het veranderen van het systeem en het veranderen van jezelf hoeven elkaar natuurlijk niet uit te sluiten. Wie zei er ook alweer dat die twee bij iedere werkelijke verandering altijd samenvallen?

Een moreel heldenverhaal

Bregman verwerpt alle systeemkritiek en verkiest moreel individualisme boven politiek. Maar het zou een vergissing zijn om het individualisme dat Bregman hier propageert als ‘apolitiek’ te zien. Waar De meeste mensen deugen nog een vurig pleidooi voor democratische participatie bevatte, wordt de mens in Morele ambitie beschreven als ‘een kuddedier’. Hoewel in de democratie het volk zou regeren, zo legt Bregmans ons uit, is dat volk in werkelijkheid passief. Echte verandering wordt alleen volbracht door ‘onbuigzame minderheden’.

Bewegingen die wel op brede steun mochten rekenen, zoals Occupy en Black Lives Matter, worden afgeserveerd met de woorden ‘bewustzijn en verandering zijn niet hetzelfde’. Wat we in plaats daarvan nodig hebben, is een succesvolle onderneming: ‘het nieuwe Tesla van de goededoelensector’, of ‘een Zweinstein voor de do gooders’. Tegelijk gelden de uiterst rechtse Elon Musk en Peter Thiel als voorbeelden. Een opvallend voorbeeld van Bregmans politieke blindheid bleek wel in Buitenhof, waar hij over Oekraïne te spreken kwam. In plaats van deze oorlog in al zijn complexiteit te bezien, bleek het ‘effectief goed doen’ zich in deze context te vertalen naar oorloghitserij: ‘Je moet granaten kopen voor Oekraïne.’

De grote paradox van Bregmans pleidooi is dat ondanks alle kritiek op de idealisten die bewustzijn boven actie verkiezen, morele ambitie zelf uiteindelijk ook alleen maar een roep om bewustzijnsverandering is. Het is, zo zegt Bregman zelf, uiteindelijk ‘een manier van kijken’, ‘een besmettelijke mindset’.

Aan het begin van Morele ambitie wordt gewaarschuwd dat het boek ‘geen comfort biedt, maar ongemak’. Maar het tegenovergestelde is waar: Bregman maakt het ons maar al te gemakkelijk. Het ideaal dat hij schetst, is het ideaal van zijn eigen geprivilegieerde bubbel. Het omarmt een narcistisch ethos waarin de heel bijzondere persoon die ‘het verschil maakt’ boven de zaak wordt gesteld. Het gaat, zoals hij in Buitenhof opmerkte, om ‘het verhaal dat je aan je kleinkinderen wilt vertellen’. Bregman wil vooral een moreel heldenverhaal, met een held die wint. Maar van wie eigenlijk?

Helmer Stoel is redacteur van Jacobin Nederland

Verder lezen?

Jacobin bestaat dankzij betalende abonnees.

Sluit een abonnement af, en lees meteen deze en al onze andere bijdragen.

Met groet,

De redactie van Jacobin Nederland

PS: Al abonnee? Log dan in om verder te lezen.

Code Rood: de lessen van de actiegroep die de strijd aanbond met Shell

Code Rood stopt na zeven jaar als actiegroep tegen de fossiele industrie. Met protesten tegen de gaswinning in Groningen en Shell stond ze vooraan in de strijd tegen fossielkapitaal. Welke lessen wil de actiegroep meegeven voor de toekomst? ‘Het is belangrijk dat mensen met minder tijd ook kunnen meedoen in een organisatie.’

De hoogopgeleiden van vandaag zijn hun eigen managers

Hoogopgeleiden in Nederland zijn bevoorrecht maar ook bang om buiten de lijntjes te kleuren. In zijn boek De net-niet elite, onderzoekt Dylan van Rijsbergen de tegenstrijdige belangen, waarden en neuroses van deze groep. In Jacobin een voorpublicatie.