Search
Close this search box.

Het Duitse bezuinigingsbeleid is een klimaatcatastrofe

Duitsland blokkeerde miljarden aan groene investeringen in eigen land en de EU, omdat een ‘schuldenrem’ de bijbehorende begrotingstekorten onwettig maakt. Maar wat het land met deze ‘spaarpolitiek’ vooral bewijst, is dat fiscale discipline een klimaatramp inluidt.
Beeld: De Duitse regering tekent voor de coalitie, 2021. Van links naar rechts: Annalena Baerbock (Grünen), Saskia Eskens (SPD), Robert Habeck (Grünen), Olaf Scholtz (SPD). Bron: Wikimedia Commons.

Abonneer je voor €30 en krijg toegang tot alle artikelen en dit jaar twee nummers op papier.

Wijlen Tony Benn merkte ooit op dat er altijd geld lijkt te zijn voor oorlog, maar nooit genoeg om mensen in hun basisbehoeften te voorzien. ‘Als we genoeg geld kunnen vinden om mensen te doden,’ zo beargumenteerde hij, ‘dan kunnen we ook geld vinden om mensen te helpen.’ 

Recente gebeurtenissen in de Europese Unie lijken hem gelijk te geven. Onlangs wees de Duitse regering een verzoek af om de jaarlijkse EU-begroting te verhogen met 100 miljard euro, waarvan de helft bestemd was voor Oekraïne. De Duitse regering keurde de extra financiering voor Oekraïne goed, maar verwierp de rest. 

Dit volgde op een beslissing van het Duitse constitutionele hof om 60 miljard euro aan geplande investeringen te schrappen, waaronder verschillende groene energieprojecten bedoeld om de economie CO2-neutraal te maken. Het hof bepaalde dat de extra uitgaven ongrondwettig waren, omdat de regering de grenzen van de ‘schuldenrem’ had overschreden. 

Constitutionele schuldenrem

In de nasleep van de financiële crisis introduceerde Angela Merkel deze schuldenrem in de Duitse grondwet. De maatregel zorgt ervoor dat het nationale structurele begrotingstekort wordt beperkt tot maximaal 0,35 procent van het bbp. De gevolgen van deze budgettaire verkrapping zijn desastreus voor Duitsland, dat lijdt onder een chronisch gebrek aan overheidsinvesteringen. 

In Noord-Europa heeft Duitsland verschillende bondgenoten die deze rigide aanpak van de overheidsfinanciën steunen. Samen verankerde deze groep het streven naar soberheid in de Europese Unie. Zoals we tijdens de schuldencrisis van 2010 konden zien, worden landen die zich niet aan deze afspraak houden – vaak door omstandigheden waar ze geen invloed op hebben – meedogenloos gestraft. 

Geld geven aan Oekraïne en tegelijkertijd niet investeren in schone energie, zijn twee volledig tegenstrijdige beleidsstandpunten.

Maar deze aanpak wordt om een aantal redenen in twijfel getrokken. Ten eerste is investeren in het CO2-neutraal maken van de economie voor Duitsland en andere EU-landen nu een kwestie van nationale veiligheid. 

Daarbovenop komt de langetermijnbedreiging die de opwarmende aarde met zich meebrengt. De toenemende waarschijnlijkheid van geopolitieke conflicten en grotere stromen klimaatvluchtelingen zullen de komende jaren substantiële problemen vormen voor de EU.

Ook is er de directe uitdaging om de afhankelijkheid van Rusland te verminderen. Duitslands afhankelijkheid van Russisch gas ondermijnt de veroordeling van Poetins invasie in Oekraïne aanzienlijk. Geld geven aan Oekraïne en tegelijkertijd niet investeren in schone energie, zijn twee volledig tegenstrijdige beleidsstandpunten. 

Zelfs de neoliberalen morren 

Ten tweede begint meer dan een decennium van lage investeringen zijn tol te eisen in de Duitse economie. In het algemeen is men het erover eens dat de staat de afgelopen jaren drastisch weinig heeft geïnvesteerd in infrastructuur – met name in die van transport. 

Zelfs het streng-neoliberale tijdschrift The Economist heeft de Duitse regering bekritiseerd voor het chronische gebrek aan investeringen en stelt dat het land ‘dringend’ geld moet steken in nieuwe infrastructuur.

Ramp voor Europa 

Tot slot: als begrotingsbezuinigingen in Duitsland al onhoudbaar zijn, dan zijn ze voor de rest van Europa een regelrechte ramp. 

Na de beslissing van het Verenigd Koninkrijk om uit de Europese Unie te stappen, hebben sommige wijzere lidstaten zich gerealiseerd dat de Unie niet kan overleven als ze enorme economische ongelijkheden tussen regio’s blijft genereren. 

In het Verenigd Koninkrijk is de ongelijkheid tussen regio’s een van de grootste in Europa. Van de ‘achtergebleven’ gebieden die niet konden profiteren van de snelle integratie van het Verenigd Koninkrijk in de wereldeconomie (waarvan het EU-lidmaatschap een centraal onderdeel was), waren veel eerder geneigd om voor een vertrek uit de EU te stemmen. 

Zonder taakgerichte overheidsinvesteringen in de armere delen van de EU zal politieke steun voor het Europese project blijven afnemen.

Datzelfde patroon zie je in veel andere landen, met name in Zuid-Europa. Landen als Italië en Griekenland kampen niet alleen met aanzienlijke regionale ongelijkheden binnen hun binnenlandse economieën, ze worden ook geplaagd door voortdurende verschillen in productiviteit tussen Noord- en Zuid-Europa. 

Deze verschillen hebben, zo zagen we, zichzelf in de loop der tijd versterkt doordat investeringen naar productievere economieën vloeien, en de kosten van de schuldendienst voor minder productieve economieën stijgen. Zonder taakgerichte overheidsinvesteringen in de armere delen van de EU zal politieke steun voor het Europese project blijven afnemen. 

Einde niet in zicht

Door de veranderende politieke context in Duitsland zijn velen gaan geloven dat er een nieuwe consensus over overheidsinvesteringen in het verschiet ligt. Tijdens de pandemie maakte de regering gebruik van noodmaatregelen waarmee ze de overheidsuitgaven kon verhogen om de ramp het hoofd te bieden. 

Maar nu is er druk om terug te keren naar het ‘oude normaal’ van fiscale bezuinigingen. Geen enkele partij binnen de Duitse regeringscoalitie – bestaande uit de centrumlinkse SPD van bondskanselier Olaf Scholz, de Grünen en de centrumrechtse FDP – wil afgeschilderd worden als de partij van de budgettaire onverantwoordelijkheid. Zelfs als dat betekent dat ze verder moeten gaan op het ruïneuze pad van onderinvesteringen, dat nu al zo veel economische en politieke problemen heeft veroorzaakt. 

In navolging van de rechtbankuitspraak blijven de leden van de coalitie debatteren over hoe het nu verder moet. Sommigen pleiten voor een grondwetswijziging, om de rem op de schuldenlast aan te passen of zelfs te schrappen. Maar de FDP is bijzonder stellig in haar weigering om langdurige verhogingen van de uitgaven toe te staan om het probleem van onderinvesteringen aan te pakken. 

Nu Brexit van de politieke agenda verdwijnt, wordt steeds zichtbaarder hoe Europese leiders met hun rigide toewijding aan ‘begrotingsdiscipline’ hun eigen langetermijnbelangen schaden. 

Dezelfde spanningen zijn zichtbaar op Europees niveau. De Europese Green New Deal uit het covidtijdperk – aangekondigd als een radicaal uitgavenpakket om CO2-uitstoot te reduceren en de ongelijkheid binnen Europa te verminderen – werd dermate uitgekleed dat hij weinig impact had. En nu Duitsland weigert om hogere uitgaven toe staan om hogere schuldaflossingen te kunnen betalen, zal het land waarschijnlijk verdere bezuinigingen afdwingen. 

Met andere woorden: Duitsland snijdt zijn neus af om zijn gezicht te redden. De politieke klasse is zo koppig en toegewijd aan het beleid van begrotingsdiscipline, dat ze gewoon doorgaat op de ingeslagen weg. Ook al schaadt dit de eigen belangen van het land enorm. 

Tot nu toe konden hooggeplaatste EU-figuren het Verenigd Koninkrijk verwijten dat het zijn neus afsneed door uit de EU te stappen. Maar nu Brexit van de politieke agenda verdwijnt, wordt steeds zichtbaarder hoe Europese leiders met hun rigide toewijding aan ‘begrotingsdiscipline’ hun eigen langetermijnbelangen schaden. 

Grace Blakeley is een vaste schrijver van Tribune, ons Britse zusterblad.

Vertaling: Tina Hoenderdos