Search
Close this search box.

Economie

In tijden van hyperpolitiek 

De tijd van de postpolitiek is definitief voorbij, in zijn plaats is de ‘hyperpolitiek’ gekomen: de extreme politisering van alles, maar zonder politieke gevolgen. Op 16 april verschijnt Anton Jägers nieuwe boek Hyperpolitiek, waarin hij een rake diagnose geeft van het tijdperk waarin we leven. In Jacobin een voorpublicatie.

Landbouw bedrijven onder Israëlische bezetting is barbaars

Israël valt Palestijnen niet alleen aan met geweren en bommen, maar neemt ook de landbouw in de tang met een systeem van ‘waterapartheid’. We spraken met Rashid Khudairi, een Palestijnse boer en vakbondsleider, over zijn werk tijdens de bezetting.

Eerst het succes, dan de moraal

Aan media-aandacht heeft Rutger Bregman geen gebrek. Zijn nieuwe boek, Morele ambitie, staat in alle kranten en wordt ook op televisie veel besproken. Het boek is tegelijk gelanceerd met The School for Moral Ambition, een non-profitorganisatie in Amsterdam.

Het is, heel toepasselijk, Bregmans meest ambitieuze project tot nu toe, na zijn eerdere werk over de vooruitgang, het universele basisinkomen en het ongekend succesvolle De meeste mensen deugen uit 2019. De Engelse vertaling daarvan lag in boekhandels over de hele wereld in de etalage. Nu zegt hij niet enkel te willen schrijven, maar ook in actie te komen. The School for Moral Ambition zou niets minder dan een wereldwijde beweging moeten worden.

Met zijn nieuwste boek populariseert Bregman ideeën uit de Engelstalige wereld. Daar is in de afgelopen jaren het gedachtegoed van het effectief altruïsme, een liefdadigheidsbeweging, heel populair geworden. De Engelse filosoof Benjamin Todd, een van de grondleggers daarvan, hield in zijn boek 80,000 Hours uit 2016 al een soortgelijk pleidooi als dat van Bregman.

Succes is bovenal ‘impact’. Bregman onderschrijft de typisch neoliberale economisering van moraliteit. Iemand zonder succes is nu niet alleen in maatschappelijk, maar ook in moreel opzicht een loser.

Bregman bindt de strijd aan met de ‘verspilling van talent’. Veel goedbetaalde en succesvolle mensen kiezen voor een veilige carrière, in plaats van verandering na te streven en ‘een verschil te maken’. Er zijn andere maatstaven voor succes nodig, zoals het goede doen en maatschappelijke impact. Waar het volgens hem aan ontbreekt, is ‘morele ambitie’.

Dat verduidelijkt Bregman aan de hand van een indeling in vier categorieën. Mensen die ambitieus noch idealistisch zijn, zitten vast in bullshit jobs. Mensen die weliswaar ambitie hebben, maar geen idealen, eindigen veelal als consultant, marketeer, bankier of jurist op de Zuidas. Dan is er een groep mensen die niets voor elkaar krijgt, het ‘woke activisme’. En tot slot heb je wat Bregman als de perfecte combinatie ziet: mensen met ambitie én idealen.

Winners en losers

Het is meteen duidelijk dat Bregman preekt voor mensen zoals hijzelf: in de eerste plaats universitair geschoolden die over voldoende materiële zekerheid beschikken om ondernemerschap na te streven. Kortom, een groep met een zeker sociaal en cultureel kapitaal en vooral ook besteedbaar vermogen. Zoals het wervende tekstje op de site van zijn ngo het stelt: ‘Je hebt een keurig cv en een prima baan. Je bent wat ze in de volksmond “succesvol” noemen.’ Bregman richt zich als lid van de elite tot de elite. Wat morele ambitie betreft hoeven we ons over de volgorde geen illusies te maken: eerst het succes, dan de moraal. Of zoals hij zijn recept formuleert: ‘Stel dat je de ambitie van een carrièretijger neemt en er een flinke scheut idealisme aan toevoegt.’

Niet toevallig is Bregman dan ook het strengst voor mensen die wel idealen hebben, maar gespeend zouden zijn van ambitie. Deze figuren, die Bregman vooral op links waarneemt, voert hij op in de gedaante van de ‘nobele verliezer’: iemand die ‘goede intenties’ heeft, maar niets bereikt. Linkse idealisten – ‘woke activisten’, veganisten, klimaatactivisten, en radicale systeemcritici, allemaal op één hoop gegooid – overschatten het belang van ‘bewustzijn’ en komen niet tot praktische resultaten. Bregman citeert Margaret Thatcher: ‘Niemand zou zich de barmhartige Samaritaan herinneren als hij alleen maar goede bedoelingen had gehad; hij had ook geld.’

De grote paradox van Bregmans pleidooi is dat ondanks alle kritiek op de idealisten die bewustzijn boven actie verkiezen, morele ambitie zelf uiteindelijk ook alleen maar een roep om bewustzijnsverandering is.

Dit is niets nieuws, maar een bekende diagnose die ook op links door velen wordt gedeeld. Er zijn artikelen en boeken over volgeschreven. Om werkelijk iets te veranderen, heeft een linkse beweging een organisatie, een plan, en ja, ook geld nodig. Maar Bregman ziet in deze kritiek aanleiding om volstrekt onkritisch een conventioneel idee van succes te omarmen en zelfs te verheerlijken. Succes is bovenal ‘impact’. Hij onderschrijft de typisch neoliberale economisering van moraliteit. Iemand zonder succes is nu niet alleen in maatschappelijk, maar ook in moreel opzicht een loser.

Voor Bregman begint het veranderen van de wereld bij jezelf. Morele ambitie is dan ook in de eerste plaats een zelfhulpboek. Het kijkt vanuit een door en door individualistisch perspectief naar de wereld. Het gaat uiteindelijk om het ontplooien van je ‘talent’ en het bereiken van je ‘idealen’. Maar zonder verdere context is niet duidelijk wat ‘het goede’ is dat gedaan zou moeten worden. En vanuit dit zelfhulpperspectief worden de belangrijke bewegingen die de Bregman noemt – het abolitionisme in de VS, het georganiseerd verzet tegen de Jodenvervolging in Nederland – gereduceerd tot anekdotes over Grote Persoonlijkheden, zonder ze te zien voor wat ze waren: sociale en politieke bewegingen.

De persoon met een systeemkritisch perspectief wordt op karikaturale wijze neergezet. Bregman heeft het over ‘geprivilegieerde types die zodra het over hun eigen verantwoordelijkheid gaat, roepen dat we het eerst over het systéém moeten hebben’. Systeemkritiek bestaat alleen als een rookgordijn voor het ontlopen van de eigen verantwoordelijkheid. Maar het veranderen van het systeem en het veranderen van jezelf hoeven elkaar natuurlijk niet uit te sluiten. Wie zei er ook alweer dat die twee bij iedere werkelijke verandering altijd samenvallen?

Een moreel heldenverhaal

Bregman verwerpt alle systeemkritiek en verkiest moreel individualisme boven politiek. Maar het zou een vergissing zijn om het individualisme dat Bregman hier propageert als ‘apolitiek’ te zien. Waar De meeste mensen deugen nog een vurig pleidooi voor democratische participatie bevatte, wordt de mens in Morele ambitie beschreven als ‘een kuddedier’. Hoewel in de democratie het volk zou regeren, zo legt Bregmans ons uit, is dat volk in werkelijkheid passief. Echte verandering wordt alleen volbracht door ‘onbuigzame minderheden’.

Bewegingen die wel op brede steun mochten rekenen, zoals Occupy en Black Lives Matter, worden afgeserveerd met de woorden ‘bewustzijn en verandering zijn niet hetzelfde’. Wat we in plaats daarvan nodig hebben, is een succesvolle onderneming: ‘het nieuwe Tesla van de goededoelensector’, of ‘een Zweinstein voor de do gooders’. Tegelijk gelden de uiterst rechtse Elon Musk en Peter Thiel als voorbeelden. Een opvallend voorbeeld van Bregmans politieke blindheid bleek wel in Buitenhof, waar hij over Oekraïne te spreken kwam. In plaats van deze oorlog in al zijn complexiteit te bezien, bleek het ‘effectief goed doen’ zich in deze context te vertalen naar oorloghitserij: ‘Je moet granaten kopen voor Oekraïne.’

De grote paradox van Bregmans pleidooi is dat ondanks alle kritiek op de idealisten die bewustzijn boven actie verkiezen, morele ambitie zelf uiteindelijk ook alleen maar een roep om bewustzijnsverandering is. Het is, zo zegt Bregman zelf, uiteindelijk ‘een manier van kijken’, ‘een besmettelijke mindset’.

Aan het begin van Morele ambitie wordt gewaarschuwd dat het boek ‘geen comfort biedt, maar ongemak’. Maar het tegenovergestelde is waar: Bregman maakt het ons maar al te gemakkelijk. Het ideaal dat hij schetst, is het ideaal van zijn eigen geprivilegieerde bubbel. Het omarmt een narcistisch ethos waarin de heel bijzondere persoon die ‘het verschil maakt’ boven de zaak wordt gesteld. Het gaat, zoals hij in Buitenhof opmerkte, om ‘het verhaal dat je aan je kleinkinderen wilt vertellen’. Bregman wil vooral een moreel heldenverhaal, met een held die wint. Maar van wie eigenlijk?

Helmer Stoel is redacteur van Jacobin Nederland

Verder lezen?

Jacobin bestaat dankzij betalende abonnees.

Sluit een abonnement af, en lees meteen deze en al onze andere bijdragen.

Met groet,

De redactie van Jacobin Nederland

PS: Al abonnee? Log dan in om verder te lezen.

Durfsocialisme is belangrijker dan platformcoöperativisme

Tim Christiaens’ onlangs verschenen De Kluseconomie zwengelt een broodnodige discussie over kluswerk en platformbedrijven aan. Toch mist het boek volgens Louis Mosar een inzicht in de krachten die het kapitalisme en de platformeconomie werkelijk stuwen.

Verlaten we het kapitalisme en worden we horigen in het technofeodalisme?

Het omstreden concept van technofeodalisme suggereert dat we zijn overgegaan van kapitalisme naar iets nog ergers – een nieuw tijdperk dat verontrustende feodale kenmerken vertoont. In deze visie vertrouwen kapitalisten nu voornamelijk op geconsolideerde politieke macht en rente om kapitaal te vergaren. Als dit waar is, betekent deze vorm van feodale extractie een drastische verschuiving weg van de conventionele mechanismen van het kapitalisme. Belangrijker nog, het zou een beweging weg van concurrentie en innovatie betekenen, de vermeende basiskenmerken van het kapitalisme.

David Moscrop van Jacobin sprak onlangs met econoom en voormalig minister van Financiën van Griekenland Yanis Varoufakis over zijn nieuwste boek Technofeudalism: What Killed Capitalism. Varoufakis bepleit het bestaan van technofeodalisme en stelt dat rente winst heeft verdrongen. Hij gaat in op de opkomst van cloud capital, wat een nieuwe feodale orde voor ons zou betekenen en de mogelijkheid van een alternatieve toekomst.

Kapitalisme, maar niet zoals we het kennen

In Technofeudalism stelt u dat het kapitalisme zijn eigen ondergang heeft bewerkstelligd, maar niet op de manier die, laten we zeggen, Marx had verwacht. Het kapitalisme heeft zijn eigen tegenstrijdigheden, met als basis het conflict tussen kapitaal en arbeid.Toch lijken die tegenstrijdigheden een mutatie te hebben veroorzaakt die misschien erger is dan iemand had verwacht. Dus hoe heeft het kapitalisme zichzelf om zeep gebracht en wat komt ervoor in de plaats?

Dit boek valt volledig binnen de marxistische politiek-economische traditie. Ik heb het geschreven als een marxistische studie. Dus vanuit mijn perspectief als marxist is dit een tragisch boek om te moeten schrijven.

De tegenstrijdigheden van het kapitalisme leidden niet tot de verwachte uitkomst waarbij, na al die eeuwen van sociale stratificatie, de maatschappij zou worden teruggebracht tot twee klassen, klaar voor een gevecht tot de dood. Deze beslissende confrontatie tussen onderdrukker en onderdrukte zou uitlopen op de bevrijding van de mensheid – de emancipatie van de mensheid van alle klassenconflicten. Maar in plaats daarvan eindigde deze botsing tussen de kapitalisten – de bourgeoisie – en het proletariaat in de volledige overwinning van de bourgeoisie: een totale nederlaag, vooral na 1991.

Cloud capital heeft een soort macht gecreëerd die structureel en kwalitatief verschilt van de monopoliemacht van iemand als Henry Ford, Thomas Edison of de grote roofridders.

Bij gebrek aan een tegenspeler in de vorm een krachtige vakbond – de georganiseerde arbeidersklasse – begon het kapitalisme aan een ongebreidelde evolutie die leidde tot deze overgang naar ‘cloud capital’. Dit betekende het einde van het traditionele kapitalisme. Cloud capital doodde het kapitalisme – een ontwikkeling die een Marxistisch-Hegeliaanse tegenstelling belichaamt, maar niet het soort tegenstelling waar we op gehoopt hadden.

Cloud capital heeft markten om zeep geholpen en vervangen door een soort digitaal leengoed waar niet alleen proletariërs – de precairen – maar ook bourgeoisie en vazalkapitalisten allemaal samen meerwaarde produceren voor de vazalkapitalisten. Ze produceren rente. Ze produceren cloud-rente, omdat het leengoed nu een cloud-leengoed is, voor de eigenaars van cloud capital.

Als Marxisten moeten we erkennen dat cloud capital een soort macht gecreëerd heeft die structureel en kwalitatief verschilt van de monopoliemacht van iemand als Henry Ford, Thomas Edison of de grote roofridders. Die mensen concentreerden kapitaal en macht kochten regeringen uit en vermoordden hun concurrenten om hun spullen te kunnen verkopen. De ‘cloudalisten’ van vandaag – de eigenaren van cloud capital – geven niet eens om het produceren en verkopen van hun spullen. Dit komt omdat ze markten niet simpelweg hebben gemonopoliseerd – ze hebben ze vervangen.

Als markten en winst de basis vormen van het kapitalisme, dan is dit niet langer kapitalisme, want dit is niet marktgebaseerd. Het is gebaseerd op digitale platforms die meer lijken op techno-leengoederen of cloud-leengoederen, en ze worden aangedreven door twee vormen van liquiditeit. De ene is cloud-rente, wat het tegenovergestelde is van winst, en de andere is centrale-bankgeld, waarmee de opbouw van cloud capital is gefinancierd. En dat is geen kapitalisme.

Nu kun je ervoor kiezen om het kapitalisme te noemen als je wilt; je kunt kapitalisme herdefiniëren en zeggen dat alles wat voortkomt uit de macht van het kapitaal kapitalisme is, maar het is niet het kapitalisme zoals we dat kennen.

Ik denk dat het belangrijk is om de taalkundige overgang te maken van het woord ‘kapitalisme’ naar iets anders. Dat is niet eenvoudig, omdat we allemaal vastzitten aan het idee dat we tegen het kapitalisme vechten. Als je al decennialang de overtuiging koestert dat je hier op aarde bent om het kapitalisme omver te werpen, is het natuurlijk erg moeilijk als er zo’n idioot als ik voorbijkomt die zegt: ‘Maar dit is helemaal geen kapitalisme meer.’ ‘Donder op!’ Zeg je dan, ‘Natuurlijk is het kapitalisme. Als het geen socialisme is, dan moet het wel kapitalisme zijn.’ Dat is wat een collega-marxist tegen me zei. En ik schoot in de lach, want ik ken mijn Rosa Luxemburg: het kan ook barbarij zijn [eigenlijk betreft dit een uitspraak van Engels die door Luxemburg werd geciteerd, maar dat zien wij door de vingers, red.].

Vampieresk parasitisme

Als techno-feodalisme het kapitalisme heeft vervangen, zoals u suggereert, heeft het ook geleid tot de opkomst van cloud serfs en cloud proles, moderne equivalenten van de horigen en proletariërs in de historische context. Waarin verschillen deze hedendaagse klassen van hun tegenhangers in het traditionele kapitalistische model?

Vanuit marxistisch perspectief is het eenvoudige antwoord dat cloud serfs direct kapitaal produceren met hun vrije arbeid. Dat is nooit eerder gebeurd. Onder het feodalisme produceerden horigen landbouwproducten. Ze produceerden geen kapitaal – dat was aan de ambachtslieden die werktuigen en instrumenten en ploegen en zo produceerden. Daarentegen dragen moderne gebruikers bij aan kapitaalvorming door zich simpelweg bezig te houden met platforms en gratis arbeid aan te bieden om cloud capital voor de kapitalist te vergroten. Dat is onder het kapitalisme nooit gebeurd.

Het technofeodalisme blijft sterk afhankelijk van de kapitalistische sector om zichzelf in stand te houden, net zoals het kapitalisme het feodalisme nodig had om een voedselvoorziening te garanderen. Het is een parasitaire relatie.

De kapitalistische sector blijft dus fundamenteel. Alle meerwaarde wordt geproduceerd in de kapitalistische sector – daarom is deze analyse uitgesproken marxistisch – maar wordt vervolgens geabsorbeerd. De meerwaarde wordt toegeëigend door dat gemuteerde kapitaal, cloud capital. Het grootste deel wordt niet wordt gereproduceerd door proletariërs, maar door mensen die in hun vrije tijd onbetaald werk verrichten. Dat is nog nooit gebeurd. Daarom zeg ik dat dit geen kapitalisme is. En het helpt niet om dit als kapitalisme te zien, want als je vast blijft houden aan het woord kapitalisme, kan je de grote transformatie niet bevatten.

Je zei dat de opkomst van technofeodalisme wordt gedreven door twee hoofdoorzaken: de ‘enclosure’ en privatisering van het internet, vergelijkbaar met de afsluiting van weidegronden in het achttiende- en negentiende-eeuwse Engeland, en een gestage, zware geldstroom van centrale banken, vooral na 2008. Had het anders kunnen lopen?

Alles zou altijd anders kunnen zijn. Dat is wat David Graeber ons heeft geleerd, toch? En als links moeten we geloven in menselijk handelen – wat is anders de zin van het leven? Dan kunnen we net zo goed op de bank blijven zitten, kijken hoe de wereld aan ons voorbij gaat. Het historische tegenbeeld is altijd interessant, maar ik kan het niet. In mijn vorige boek, een politieke sciencefictionroman genaamd Another Now, deed ik een poging. In feite creëerde ik een andere tijdlijn waarin we in 2008 de dingen anders deden met Occupy Wall Street om een socialistische transformatie te bewerkstelligen. En dat is een geweldig spel om met je eigen geest te spelen, maar ik denk niet dat het historisch relevant is.

Hoe had het anders kunnen zijn? Je zou kunnen zeggen dat de privatisering van het internet onvermijdelijk was omdat we onder het kapitalisme leven. En kapitalisme heeft het vermogen om elke kapitalismevrije zone op te eten en te infecteren. De reden waarom ik me nooit zou kunnen aansluiten bij het utopische socialisme, zoals dat van Robert Owen in de negentiende eeuw. Ondanks zijn pogingen om kapitalismevrije zones te creëren, laat de geschiedenis zien dat het kapitalisme onvermijdelijk deze ruimtes binnendringt en corrumpeert. Binnen het kapitalisme kunnen socialistische pockets niet lang overleven.

Nu met méér crisis!

Je zegt dat techno-feodalisme parasiteert op kapitalisme. Als dat zo is, dan vereist techno-feudalisme nog steeds het bestaan van klassieke kapitalistische productie. Amazon heeft nog steeds producenten nodig om goederen te produceren die ze op hun platform verkopen. Uber en Tesla hebben fysieke voertuigen nodig. Hoe zal die relatie op de lange termijn werken onder een technofeodalistische orde?

Nogmaals, ik moet dit punt heel duidelijk maken. Het kapitalisme in de achttiende en negentiende eeuw, toen het opkwam, heeft het feodalisme omver geworpen, maar het had de feodale sector nodig om voedsel te blijven produceren omdat we anders allemaal zouden zijn gestorven. Daarom zeg ik dat het kapitaal parasiteerde op de feodale landbouwsector. Het is dus niet zo dat de één sterft en de ander leeft. Wat er gebeurt is dat het kapitaal de hegemonie van het systeem overneemt, maar parasiteert op het vorige systeem. Dat is een standaard marxistische, historische, materiële analyse.

De overname door cloud capital – de vervanging van het kapitalisme door technofeodalisme – maakt onze samenlevingen conflictrijker.

Wat er nu gebeurt is dat je in het centrum van het technofeodalisme een kapitaalsector hebt, die absoluut noodzakelijk is. De kapitaalsector is de enige sector die waarde produceert – ruilwaarde in marxistische termen – maar de eigenaars van dat kapitaal, van het ouderwetse kapitaal, zijn vazallen van de cloud capitalisten. Hun winsten worden afgeroomd. Meerwaarde wordt dus door de ‘cloudalisten‘aan de circulaire inkomstenstroom onttrokken.

Dat maakt het systeem nog instabieler, nog crisisgevoeliger, nog tegenstrijdiger en nog minder levensvatbaar dan het kapitalisme al was. Dat is wat ik zeg in het boek: dat de overname door cloud capital – de vervanging van het kapitalisme door technofeodalisme – maakt onze samenlevingen conflictrijker. Ze worden dommer, conflictueuzer, giftiger en minder in staat om ruimte te bieden aan sociaaldemocratie, aan het liberale individu – aan waarden die zelfs rechts onder het kapitalisme koesterde.

Links is nooit tegen het idee van vrijheid geweest; onze kritiek ligt in de beperking van vrijheid tot een selecte groep. Maar nu wordt zelfs deze beperkte vorm van vrijheid bedreigd en daarom worden de tegenstellingen steeds erger. Ik houd hoop dat deze groeiende spanningen de mensheid tot een beslissende krachtmeting tussen goed en kwaad zullen dwingen – tussen de onderdrukkers en de onderdrukten. Maar door de snelle nadering van de klimaatcatastrofe bestaat het risico dat we het point of no return bereiken voordat die oplossing plaatsvindt. We hebben dus werk aan de winkel, en de mensheid stevent af op haar eigen ondergang – tenzij we onze schouders eronder zetten.

Niet de renteniers van je ouders

Je besteedt veel tijd aan het argument dat rente winst verdrongen heeft. Maar is het niet de droom van elke ‘kapitalist’ om rente te innen? Is er eigenlijk wel een kapitalist die kapitalist wil zijn? Het lijkt mij dat elke kapitalist een rentenier wil zijn.

Het tijdperk waarin kapitalisten kapitalist wilden zijn, is al lang voorbij. Ik vertrouw erop dat Henry Ford graag een kapitalist was op dezelfde manier vreemde en verwrongen manier waarop Rupert Murdoch graag een krantenman is – ook al heeft hij zoveel gedaan om kranten te vernietigen. Maar deze mensen zijn dood of op weg naar de hel. Dus ja, kapitalisten willen geen kapitalisten zijn, vooral hier in Europa, vooral in mijn land. Alle kapitalisten, en ik heb er heel wat gekend, zijn geen kapitalisten meer; ze zijn renteniers geworden.

Het verschil is dat de kapitalisten die zichzelf omvormden tot renteniers, tot de opkomst van cloud capital, in wezen hun kapitaalvoorraad doorgaven aan anderen of mogelijk aan private equity. Deze voormalige kapitalisten innen rente van de monopoliewinsten van deze sterk geconcentreerde kapitalistische bedrijven.

Maar mensen als Jeff Bezos en Elon Musk, zij willen doen wat ze doen. Ze willen cloudkapitalisten zijn of ‘cloudalisten’”, zoals ik ze noem. Ze vinden het geweldig. Een beetje zoals Thomas Edison, ze houden van wat ze doen. Ze zijn niet zoals de standaard renteniers. Ze zijn niet zoals de feodale leenheren, niet zoals de kapitalisten die niet langer kapitalist willen zijn. Deze mensen zijn enthousiast’ en ze zijn erg getalenteerd, en helaas ook erg slim. De combinatie van hun gedrevenheid met de exorbitante macht van het cloud capital dat ze bezitten creëert een zeer krachtige, geconcentreerde vorm van ‘cloudalistische’ macht, die we zeer serieus moeten nemen.

Het einde van het Bretton Woods-systeem transformeerde het wereldwijde kapitalisme en maakte onder meer technofeodalisme uiteindelijk mogelijk. Zouden we ons een hedendaags Bretton Woods kunnen voorstellen, gegoten in de vorm van een diep egalitair multilateralisme en een socialistisch financieel systeem?

Oh, ja, dat heb ik gedaan. Dat was de reden waarom ik mijn vorige boek heb geschreven. Another Now stelt precies voor wat je zegt. Het bevat een nieuw Bretton Woods-systeem geïnspireerd op het oorspronkelijke voorstel van John Maynard Keynes – verworpen door Harry Dexter White en de regering Roosevelt – vermengd met een participatoir democratisch socialistisch kader. Deze opzet is ontworpen voor een voortdurende herverdeling van inkomen en rijkdom van het Noorden naar het Zuiden, vooral in de vorm van groene investeringen. Dus ja, ik heb dat allemaal in kaart gebracht en kan je vraag beantwoorden hoe het vandaag de dag zou kunnen werken, met de technologieën die we hebben, als eigendomsrechten gelijk verdeeld zouden zijn – wat volgens mij het doel zou moeten zijn van socialisten. Maar dat was mijn politieke sciencefiction. Dit boek gaat over wat ons te wachten staat.

‘s Werelds grootste Excel-bestand als redding?

Als onderdeel van een alternatieve orde, lanceert u het idee van een digitale portemonnee van de centrale bank en een maandelijks dividend. Hoe zou dat werken?

Nou, technisch gezien is het doodsimpel. Het kan in een week worden gedaan omdat het zo eenvoudig is. Stel je iets voor als een Excelbestand, dat wordt bijgehouden door de Federal Reserve [de centrale bank van de Verenigde Staten, red.], en elke inwoner van de Verenigde Staten is één rij. En wanneer er een betaling wordt gedaan, gaat de corresponderende waarde van de ene cel naar de andere, die de betaler en de begunstigde voorstelt. Dit proces zou gratis, onmiddellijk en anoniem zijn. Door een scheiding aan te brengen tussen de softwareoperators en de identiteit van individuen, die alleen worden geïdentificeerd door codes die lijken op Bitcoinadressen, kan privacy worden gewaarborgd. En er kunnen checks and balances worden ingesteld om ervoor te zorgen dat de staat niet in de gaten houdt wat ieder van ons doet.

Ze drukken triljoenen bij namens de financiers. Waarom drukken ze die nooit eens uit voor de gewone mensen?

En omdat het geld door dezelfde spreadsheet wordt gehaald, houdt niets de centrale bank tegen om iedereen elke maand hetzelfde bedrag toe te kennen. En dat is een universeel basisinkomen (UBI), dat niet, en dat is cruciaal, gefinancierd wordt door belastingen. Want het probleem met het idee van een UBI is dat het gevoelig is voor klachten als: ‘Waar heb je het over? Je gaat mij belasten, de dollars die ik verdien belasten, om ze aan een zwerver te geven, een surfer in Californië of een drugsverslaafde of een rijk persoon?’ Maar dit voorstel maakt gebruik van de capaciteit van de centrale bank om fondsen te genereren. En we moeten ons niet laten wijsmaken dat dit inflatoir zou zijn of een probleem zou vormen – omdat ze triljoenen bijdrukken namens financiers. Waarom drukken ze die niet voor de gewone mensen? Voor iedereen in gelijke mate?

De reden waarom je dit systeem niet hebt in de Verenigde Staten en waarom je heel ver weg bent van een digitale dollar is dat als iemand bij de Fed die kant op durft te gaan, hij vermoord zal worden door Wall Street – hij zal een politieke en karaktermoord krijgen. Wall Street zal het nooit toestaan omdat het het einde van Wall Street zou betekenen. Want waarom zou je een bankrekening bij de Bank of America willen hebben als je een digitale portemonnee bij de Fed kunt hebben?

Bank of America zou gedwongen zijn om hun diensten en kosten te rechtvaardigen. Ze zouden je moeten overtuigen dat je een rekening bij hen moet hebben omdat ze je iets willen geven tegen een fatsoenlijke prijs – zoals een lening – zonder je op te lichten. En dat kunnen ze niet omdat het hele doel van Bank of America of Citigroup is om huurgeld van je te krijgen door betalingssystemen te monopoliseren en deposito’s aan te houden. Je bewaart je geld bij hen omdat er op dit moment geen andere manier is om je geld te bewaren.

Yanis Varoufakis was de Griekse minister van Financiën tijdens de eerste maanden van de door Syriza geleide regering in 2015. Hij schreef onder andere De mondiale minotaurus en Volwassenen onder elkaar.

David Moscrop is schrijver en politiek commentator. Hij presenteert de podcast Open to Debate en is de auteur van Too Dumb For Democracy? Why we make bad political decisions and how we can make better ones.

Vertaling: Hannah van Binsbergen

Verder lezen?

Jacobin bestaat dankzij betalende abonnees.

Sluit een abonnement af, en lees meteen deze en al onze andere bijdragen.

Met groet,

De redactie van Jacobin Nederland

PS: Al abonnee? Log dan in om verder te lezen.

De hoogopgeleiden van vandaag zijn hun eigen managers

Hoogopgeleiden in Nederland zijn bevoorrecht maar ook bang om buiten de lijntjes te kleuren. In zijn boek De net-niet elite, onderzoekt Dylan van Rijsbergen de tegenstrijdige belangen, waarden en neuroses van deze groep. In Jacobin een voorpublicatie.

Saltburn is een film over de Britse misvatting over klasse

Saltburn, aangekondigd als een film waarin de rijken te grazen worden genomen, blijkt het tegenovergestelde te zijn: een film over de nostalgie van de Britse middenklasse naar de aristocratie, en over haar wanhopige verlangen om hun plaats in te nemen.