Search
Close this search box.

Inflatie is een politiek probleem

Het inflatiebeleid laat zien dat het tijd is voor een ideologische herbewapening van de vakbeweging. Inflatie is geen natuurfenomeen, maar het resultaat van de buitenproportionele macht van bedrijven over alle aspecten van ons leven.

Jacobin #1 over ‘Zorgen’ is uit.
Abonneer je voor €30 en we sturen hem op.

Er waart een fabel door Nederland, de fabel van de loon-prijsspiraal. De fabel is hardnekkig, en wordt al maanden voortdurend van stal gehaald door economen en nieuwsredacties in berichtgeving over de blijvend hoge inflatie. Het zijn, zo gaat het verhaal, de looneisen van werkers en hun stakingen die de inflatie hoog houden, en als ze hun zin krijgen kan die bovendien verder oplopen. De fabel beheerst zelfs debatten in de Tweede Kamer

Zoals alle fabels is ook deze niet waar – maar in dit geval zit er niet eens een interessante moraal aan. De Europese Centrale Bank stelde dit najaar al dat de inflatie niet wordt veroorzaakt door de stijgende lonen, en herhaalde die boodschap eind vorige week nog maar eens. Werkers overal in Europa zagen het afgelopen jaar hun loon hier en daar weliswaar stijgen, maar bij lange na niet voldoende om gelijke tred te houden met de inflatie, waardoor ze er gemiddeld vijf procent op achteruitgingen. Mensen van wie het loon niet opnieuw onderhandeld werd of het inkomen niet automatisch met de inflatie meesteeg, gingen er aanzienlijk meer op achteruit.

Het instrument van centrale banken werkt niet

Inflatie is, zoals onder andere historicus Adam Tooze, maar ook Ewald Engelen eerder uitvoerig betoogden en documenteerden, niet de schuld van de looneisen van werkers, maar van het bedrijfsleven. De data van Tooze laten zien dat de gestegen grondstofprijzen door de oorlog in Oekraïne de inflatie maar deels verklaren. Wie de prijsstijgingen onder de loep neemt, ziet dat de winsthonger van bedrijven goed is voor het leeuwendeel van de prijsstijgingen, soms voor ruim de helft, terwijl de kosten van arbeid blijven steken onder de tien procent. Het is illustratief voor de politieke macht die het kapitaal heeft om prijzen te bepalen, gemotiveerd door de onverzadigbare dorst naar winst en winstuitkeringen voor de aandeelhouders. In de coronajaren leden bedrijven vaak verlies (waar belastingbetalers ze overigens royaal voor compenseerden), en de roet die de pandemie in het investeringseten gooide moest voor de investeerders worden goedgemaakt, volgens de logica van het bedrijfsleven. 

Wie de prijsstijgingen onder de loep neemt, ziet dat de winsthonger van bedrijven goed is voor het leeuwendeel van de prijsstijgingen, soms voor ruim de helft, terwijl de kosten van arbeid blijven steken onder de tien procent.

In politieke zin betekent dat twee dingen. Allereerst betekent het dat het klassieke instrument van centrale banken, het verhogen of verlagen van de rentestand om zo de hoeveelheid geld in omloop te beïnvloeden, maar in beperkte mate effectief is in het beheersen van inflatie. Inflatie is geen strikt monetaire zaak: de prijzen stijgen niet simpelweg doordat er ‘te veel geld’ in omloop is. Dit betekent dat het verhogen van de rente en het temperen van de hoeveelheid beschikbaar krediet weinig effectief is, terwijl werkers en consumenten – zoals altijd – de grootste klappen incasseren van die verhogingen.

Machteloosheid van de politiek en vakbonden

Het feit dat het leeuwendeel van de inflatoire druk afkomstig is van bedrijven, betekent daarnaast dat het vraagstuk in de politieke arena thuishoort. Het is een probleem dat wijst op een diepe structurele disbalans in de samenleving. De macht die bedrijven, investeerders en aandeelhouders hebben is, in vergelijking met de macht van gewone werkers, extreem groot. Die macht kon onder invloed van de ideologische wind die er sinds de jaren negentig waaide – veelal geholpen door gunstige wetgeving afkomstig van parlementen – de afgelopen decennia zonder noemenswaardige weerstand tot enorme proporties aanzwellen. En het is deze onbalans die maakt dat bedrijven in hun winstzucht moeiteloos de zakken van consumenten en werkers leeg kunnen roven.

De tijd waarin politici fabrieksdirecteuren in hun kantoor konden ontbieden om ze de mantel uit te vegen over prijsverhogingen, ligt ver achter ons. De vakbeweging heeft niet meer haar vroegere macht, het ledenbestand vergrijst en loopt terug. De politieke partijen die ooit behoorden tot de parlementaire vertegenwoordiging van die beweging hebben het al decennia niet meer over klasse, of over de economie als een in wezen politiek terrein

De tijd waarin politici fabrieksdirecteuren in hun kantoor konden ontbieden
om ze de mantel uit te vegen over prijsverhogingen, ligt ver achter ons.

Het betekent dat er op korte termijn wellicht niet veel te doen is tegen de inflatie, anders dan een vaag politiek appel op bedrijven om niet zo inhalig te zijn en hopen dat de markt zelf zorgt voor het temperen van de prijzen. Nationale parlementen zijn niet alleen machteloos omdat politici zelf amper nog weten hoe ze over de economie moeten praten, maar ook omdat het monetaire beleid van de euro is weggestopt in vergaderkamers in Frankfurt, ver buiten de greep van politieke invloed. Dat is geheel naar wens van de partijen die de belangen van het kapitaal dienen, zelfs de partijen die op gezette tijden voor de bühne misbaar maken over soevereiniteit of Europese bureaucratie, omdat het gedepolitiseerde monetaire beleid door de ECB een veilige cocon schept waarbinnen de belangen van het bedrijfsleven nooit te zwaar onder druk staan. 

Een vakbeweging met haar op de tanden

In die zin is de huidige inflatie veel meer dan een beleidsvraagstuk. Het is een noodsignaal aan politieke partijen die ooit de belangen van werkers dienden om dat oude besef terug te vinden, en aan de vakbeweging om zich ideologisch en organisationeel te herbewapenen. De vakbeweging was, zoals Adam Tooze ook al opmerkte, historisch gezien altijd veel meer dan een instituut in het spel dat de lonen bepaalt, en stakingen zijn meer dan een instrument om in loononderhandelingen een doorbraak te bewerkstelligen. Een krachtige vakbeweging heeft politieke macht en slagkracht, boezemt de boardrooms angst in, en geeft de top van bedrijven op zijn minst de boodschap dat men niet straffeloos de winsten kan laten woekeren. Het gaat om het herstel van politieke macht, van een vakbeweging met haar op de tanden, die dankzij haar organisatiegraad en bereidwilligheid om spierballen te tonen als een tegenwicht functioneert voor de politieke macht van het kapitaal. Als de inflatie ergens toe leidt, laat het daar dan toe zijn.

Thijs Kleinpaste is redacteur van Jacobin Nederland

Abonneer je voor €20 en krijg toegang tot alle artikelen of voor €30 en ontvang dit jaar twee nummers op papier