Search
Close this search box.

Een nieuwe nederlaag en een nieuw verhaal

Na elke verkiezingsnederlaag gaan linkse partijen naarstig op zoek naar een ‘nieuw verhaal’, in de hoop dat ze daarmee wél een hele schare kiezers achter zich weten te krijgen. Maar ‘nieuwe verhalen’ zijn er al genoeg, constateert Billie Nuchelmans. Het probleem van links zit dieper.
Beeld: Verhaal van de jongen Jantje, Pieter van Loon, 1862. Bron: Wikimedia Commons

Abonneer je voor €30 en krijg toegang tot alle artikelen en dit jaar twee nummers op papier.

Het is een van de weinige linkse tradities die Nederland nog in ere weet te houden: de eigen verkiezingsnederlaag analyseren. Dit seizoen werd de aftrap gedaan door Rob Wijnberg, die er op de ochtend na de verkiezingen al vroeg bij was. Onder de poëtische titel ‘De zege van de PVV laat zien: als vooruitgang geen verhaal heeft, vertelt het verleden waar we naartoe gaan’ claimt hij voorbij de ‘instant-analyse’ te gaan en een fundamenteler probleem aan te kaarten: ‘progressief Nederland heeft geen verhaal waar mensen in willen geloven.’  

Niet geheel toevallig stelde Wijnberg datzelfde probleem ook al aan de kaak in zijn boek Voor ieder wat waars, dat enkele maanden voor de verkiezingen uitkwam. Rob Wijnberg had zijn analyse dus al klaarliggen. Joost de Vries daarentegen heeft niet net zo’n boek uitgebracht, en De Groene Amsterdammer komt slechts één keer per week uit. Daarom moesten we nog enkele dagen wachten voor we ook daar een verkiezingsanalyse konden lezen die werd afgesloten met de conclusie dat ‘links zijn verhaal opnieuw zal moeten verwoorden’ en ‘het verhaal over zichzelf zal moeten teruggrijpen.’ Dat die wijsheid waarschijnlijk niet De Vries’ eigen oorspronkelijke bijdrage aan het debat is, mag duidelijk zijn. Maar ook Rob Wijnberg heeft de noodzaak tot een ‘nieuw verhaal’ niet helemaal zelf bedacht. In feite blijft hetzelfde mantra al jaren opduiken. Over de christendemocratie, over liberalisme, over de samenleving in het algemeen,  soms gewoon omdat het kan, maar vaak, zoals bij Wijnberg, over ‘progressieve’ politiek. Of, zoals bij De Vries, specifiek over ‘links’. 

Niks nieuws onder de zon

Zo stond al in oktober 2010, terwijl in Den Haag de laatste onderhandelingen plaatsvonden over de gedoogsteun van de PVV voor Rutte I, boven een opiniebijdrage van Ron Hillebrand in de Volkskrant de kop: ‘Links moet een nieuw verhaal vertellen’. (Conclusie: ‘Als het een aansprekend verhaal wordt, komen de kiezers vanzelf.’) PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher dichtte, na vier jaar samen met de VVD te hebben geregeerd, de verkiezingsnederlaag van 2017 toe aan het ontbreken van een ‘bezielend verhaal van vooruitgang’. Ilja Leonard Pfeijffer boog zich in HP/De Tijd in mei 2022 over de laatste ontwikkelingen in de Nederlandse sociaaldemocratie, en besloot: ‘Waar behoefte aan is, is niet aan een nieuw acroniem voor een nieuw links machtsblokje, maar aan een nieuw links verhaal.’ Özcan Akyol schreef dat jaar over hetzelfde onderwerp in het Algemeen Dagblad, en ook hij vroeg zich af of samenwerking tussen linkse partijen wel resultaat zou opleveren: ‘Er blijft alleen wel een probleem: het lukt links al tien jaar niet om een goed verhaal te formuleren.’ In januari dit jaar publiceerden de wetenschappelijke bureaus van GroenLinks en PvdA gezamenlijk een discussiestuk dat werd gepresenteerd als ‘de basis voor een nieuw links verhaal voor Nederland.’ Twee maanden later verscheen in De Helling, het tijdschrift van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, een kritische reactie: ‘PVDA+GROENLINKS HEEFT EEN NÓG BETER VERHAAL NODIG’

Achter de overtuiging dat het volgende verhaal echt de beslissing gaat brengen, schuilt vaak niet veel meer dan het narcisme van de auteur. 

Nu zou het overdreven zijn om de invloed van retorisch begaafde politici te ontkennen, of de oorlog te verklaren aan de kracht van de verbeelding. We kunnen het narratieve terrein bovendien absoluut niet opgeven en aan rechts laten. Toch zijn die voortdurende oproepen tot een ‘nieuw verhaal voor links’ veel minder fundamenteel dan ze zelf claimen; ze spannen eerder het paard achter de wagen. Ze schieten tekort als advies voor een verkiezingscampagne, waar veel meer tactische en strategische overwegingen bij komen kijken dan alleen het verzinnen van ‘een verhaal’. Voor iedereen die ook nog voorbij de grenzen van de parlementaire politiek probeert te kijken, is het al helemaal belangrijk om de zeepbel van het ‘nieuwe verhaal’ door te prikken. 

Het probleem zit dieper

Om te beginnen lijken veel oproepen tot het verzinnen van een nieuw verhaal alle eerdere pogingen daartoe te negeren, of denken ze deze te overstijgen, waardoor elke keer opnieuw het wiel wordt uitgevonden. Maar de meeste ‘nieuwe verhalen’ wijken niet erg af van elkaar of van wat gevestigde politieke partijen al zeggen. Ze verleggen hooguit accenten, stellen dat een bepaald probleem nét iets anders moet worden aangekaart, of vinden dat aan het ene onderwerp meer aandacht moet worden besteed dan aan het andere. Het resultaat is eerder een wildgroei aan verhalen dan een gebrek eraan, en achter de overtuiging dat het volgende verhaal echt de beslissing gaat brengen, schuilt vaak niet veel meer dan het narcisme van de auteur. 

De verhalen schermen voortdurend met termen als ‘verbinding’ of pleiten voor een ‘hersteld contact met de gewone mensen’, maar framen die zaken als problemen van hoofdzakelijk communicatieve aard.

In principe is dat al voldoende reden om eens een pauze in te lassen in het verzinnen van ‘nieuwe verhalen’, of op z’n minst in de gratuite oproepen daartoe. Maar er is meer aan de hand. Waar de meeste pleidooien voor een ‘nieuw verhaal’ overduidelijk wijzen naar het immer aangekondigde einde van de neoliberale consensus, hebben ze zich daar zelf allerminst aan weten te ontworstelen. Ze passen in een ontwikkeling waarin essays, interviews, nieuwsberichten, fictie en non-fictie, beginselverklaringen en boodschappenlijstjes, steeds vaker en met steeds minder onderscheid worden aangeduid als ‘verhalen’ – een woord dat daarmee de iets respectabeler klinkende, maar even platgeslagen Nederlandse evenknie dreigt te worden van het gehate Engelse woord content. Wat ze boven alles platslaan is de politiek, die ze reduceren tot een taalhandeling, of zelfs, voor wie ze enigszins cynisch interpreteert, tot marketing. De verhalen schermen voortdurend met termen als ‘verbinding’ of pleiten voor een ‘hersteld contact met de gewone mensen’, maar framen die zaken als problemen van hoofdzakelijk communicatieve aard. Wie ‘links’ in deze betogen vervangt door een willekeurige bedrijfsnaam, krijgt zonder veel omhaal een weinig geïnspireerde reclamepitch: ‘Lucky Strike heeft een nieuw verhaal nodig.’ 

Maar de grootste vergissing die bijna elke oproep tot het verzinnen van een ‘nieuw verhaal’ lijkt te maken, is nog fundamenteler. Want hoewel misschien in elke succesvolle beweging ‘een verhaal’ valt te lezen, betekent dat niet dat we een linkse beweging kunnen reverse-engineeren door simpelweg met een nieuw narratief op de proppen te komen. Verhalen zijn dan misschien de manier waarop we politieke verandering of partijvorming begrijpen, ze zijn niet hun motor. Neem de SP. Die partij heeft een ‘verhaal’ dat wordt omschreven als ‘economisch links, sociaal conservatief’ en dat door politiek duiders wordt gezien als een formule waar veel stemmen mee te winnen zijn. Toch heeft de partij nu al zeven verkiezingen op rij verloren. Ongetwijfeld zijn er in de verkiezingscampagnes tactische fouten aan te wijzen die hier een aandeel in hebben gehad, en ook de algemene koers van de partij moet een onderwerp van discussie blijven. Maar een bepaald soort duiding blijft zich te nadrukkelijk focussen op het ‘verhaal’ van de SP, terwijl het te snel voorbijgaat aan de gevolgen van een belabberde partijdemocratie, het afstoten van een actieve jongerenvereniging, vergrijzing onder lokale vrijwilligers en de verminderde aanwezigheid van de partij in het leven van de traditionele achterban. 

Eerst verandering, dan het verhaal

De oproep tot het verzinnen van een ‘nieuw verhaal’ is niet alleen een cliché, het is ook nog het verkeerde cliché. Als er één ding duidelijk zou moeten zijn, is het dat links zich juist niet kan beperken tot verhalen vertellen. ‘Don’t mourn, organize!’ mag dan inmiddels sleets klinken en makkelijker gezegd zijn dan gedaan, het is in elk geval een stap in de goede richting. Als links electoraal weer een stabiele machtsfactor wil worden, dan moet politiek bewustzijn veel meer behelzen dan een positieve reactie op een aansprekend ‘verhaal’. Mensen moeten zich bewust worden van zichzelf als politieke actor. ‘Contact met de gewone mensen’ betekent, als je dat idee echt serieus neemt, niet dat je precies de juiste formulering van je ideeën weet te vinden waarop alle verworpenen der aarde zich spontaan achter je scharen. Links moet niet alleen een eigen narratief tegenover extreemrechtse propaganda plaatsen, maar mensen daar weerbaar tegen maken door ze handvatten te geven waarmee ze hun daadwerkelijke wederzijdse betrekkingen met nuchtere ogen kunnen aanzien. Links moet zich ervan bewust zijn dat echt vertrouwen en echte politieke verandering nooit alleen kunnen worden gefundeerd op een verhaal, maar in de praktijk moeten worden verdiend en bereikt.

Een duurzame linkse electorale politiek kan alleen bestaan bij de gratie van een robuuste linkse beweging.

Ook degenen onder ons die ondanks alles nou eenmaal worden dwarsgezeten door een narratief geboortedefect, kunnen zich beter niet blindstaren op een ‘nieuw verhaal’. Zij kunnen zich veel concreter nuttig maken door voorzichtig maar bewust de eerste stappen te zetten in het bouwen van een linkse contrahegemonie, door bijvoorbeeld te helpen met het opzetten van uitgesproken socialistische media als alternatief voor de overwegend liberale en rechtse Nederlandse pers. Ze kunnen zich inzetten voor een culturele dimensie aan de socialistische beweging, of een levendige linkse tegencultuur. Ook dat zijn factoren die je onmogelijk kunt reduceren tot een ‘verhaal’.

Het is tijd om af te rekenen met de beroepsdeformatie van mensen die zelf schrijven voor de kost, en daardoor lijken te denken dat politieke strijd automatisch wordt gewonnen door de partij die zijn ‘verhaal’ het meest weet te laten lijken op een dichtgetimmerd Hollywoodscript. Een duurzame linkse electorale politiek kan alleen bestaan bij de gratie van een robuuste linkse beweging, en tot die een realiteit is kunnen ‘verhalen’ nooit meer zijn dan doekjes voor het bloeden. Wie geen zin of tijd heeft om aan zo’n beweging te bouwen, staat het altijd vrij om zich met andere zaken bezig te houden, maar stop muddying the waters. Linkse verhalen hebben we genoeg: het ontbreekt ons aan linkse politiek.

Billie Nuchelmans is architectuurhistoricus en publicist.