Search
Close this search box.

Solidariteit is geen liefdadigheid

In de socialistische strijd is het belangrijk dat we weten waar we het over hebben als we het over solidariteit hebben. Een betere wereld is geen gunst die je van de machthebbers en je medemens verlangt: we moeten haar samen in het nu bewerkstelligen.

Abonneer je voor €30 en krijg toegang tot alle artikelen en dit jaar twee nummers op papier.

Als je dit leest, is de kans groot dat je denkt dat socialisme een goede zaak is. Of in ieder geval sta je open voor dat idee. Maar wat betekent het om te vechten voor een goede zaak? Die vraag heeft twee verschillende antwoorden die vaak op één hoop worden gegooid: liefdadigheid en solidariteit. Kort gezegd is liefdadigheid het overtuigen van machthebbers – of het publiek, onszelf – om iets te doen voor mensen in nood. Solidariteit is samenwerken, opdat we zelf in staat zijn om te bereiken wat we willen. Beide begrippen hebben een overlappend doel: zowel liefdadigheid als solidariteit proberen het lot van een groep mensen te verbeteren. Toch zijn deze twee benaderingen wel degelijk verschillend, en vaak onverenigbaar. Ze kunnen een beweging gemakkelijk in verschillende richtingen trekken. En als het gaat om socialistische doelen, kan de verschuiving van solidariteit naar liefdadigheid onze politiek tandeloos maken.

Klimaatmoralisme

Hoe dit uit kan pakken, zien we bij een van de grootste politieke strijdterreinen van dit moment: klimaatrechtvaardigheid. Iedereen die bij deze beweging betrokken is, wil temperatuurstijgingen voorkomen – en daarmee het lot verbeteren van degenen die er nog zullen zijn als de rekening van eeuwenlange CO2-uitstoot moet worden betaald. Er zijn verschillende manieren om dat brede doel te bereiken. De liefdadigheidsgedachte zegt dat we moeten lobbyen bij de machthebbers om hen te overtuigen iets tegen de klimaatdreiging te doen. Kapitalisten, en de regeringen die hun bevelen opvolgen, krijgen een soort deal aangeboden: ze mogen het grootste deel van hun macht behouden, zolang ze een paar maatregelen nemen die de gevolgen van de manier waarop ze de planeet de laatste paar eeuwen hebben bestuurd verzacht. De redenering is dat de klimaatapocalyps nabij is en er geen tijd is om na te denken over systeemverandering. Om diegenen die het hardst door de opwarming van de aarde worden getroffen zo goed mogelijk te helpen, hebben we een zo breed mogelijke coalitie nodig, zeggen de aanhangers van deze politiek.

We kunnen geen massabeweging opbouwen door gewone mensen te vertellen dat ze een vermeende morele verplichting hebben om minder te consumeren, terwijl ze voor die opoffering niets terugkrijgen. 

Socialisten zouden om een aantal redenen voor die aanpak op hun hoede zouden moeten zijn en zich in plaats daarvan moeten richten op een op solidariteit gebaseerde klimaatpolitiek . Ten eerste is het verstandig om je bewust te zijn van de klassendimensie van een moraliserende, op liefdadigheid gerichte klimaatbeweging. Een zogenaamde ‘linkse Brahmaan’ uit de hogere middenklasse voelt misschien wel de warme gloed van zelfingenomenheid wanneer hij met de trein naar zijn vakantie in een onberispelijk biologische agriturismo in Toscane reist. Maar waarom zou iemand die van de ene loonstrook naar de andere leeft de gemiddelde temperatuur op aarde in 2050 belangrijker vinden dan de boodschappen van volgende week? Of voor mijn part belangrijker dan een goedkope vlucht naar een bescheiden vakantie in de zon. We kunnen geen massabeweging opbouwen door gewone mensen te vertellen dat ze een vermeende morele verplichting hebben om minder te consumeren, terwijl ze voor die opoffering niets terugkrijgen. 

Een betere wereld afdwingen

Daarmee wil ik niet alleen zeggen dat we het risico lopen een klimaatbeweging op te bouwen die niet bijdraagt tot het socialisme. Het punt is dat een klimaatbeweging die geen massabeweging is weinig kans van slagen heeft. Roekeloze durfkapitalisten zijn goed vertegenwoordigd in de heersende klasse, die, misschien terecht, menen dat hun positie zelfs in geval van een klimaatcatastrofe veilig is. Zij hebben immers de middelen om hoge muren te bouwen rond de rijke, droge landen waar hun landhuizen op staan. Ze zullen inspelen op racistische sentimenten en de angst voor klimaatvluchtelingen gebruiken om tussen werkende mensen verdeeldheid te zaaien

De beste kans om de planeet te redden is om haar voor de meeste mensen een betere plek te maken, nu meteen.

Er ligt dus een nog somberder versie van het kapitalisme in het verschiet, tenzij we erin slagen een klimaatbeweging op te bouwen die gewone mensen hier en nu iets te bieden heeft. Concreet betekent dit dat we het lobbyen op het World Economic Forum in Davos moeten overlaten aan liberale influencers, en ons moeten richten op het radicaliseren van de schuchtere sociaal-democratische voorstellen voor een Green New Deal en andere soortgelijke initiatieven. De beste kans om de planeet te redden is om haar voor de meeste mensen een betere plek te maken, nu meteen. Als we onze toekomst veilig willen stellen, moeten we macht opbouwen door zelf te nemen wat we in het heden willen en nodig hebben. Solidariteit is een vorm van gezamenlijke actie die veel maatschappelijke scheidslijnen kan doorbreken: we hoeven geen geschiedenis of identiteit te delen om samen te werken aan de verbetering van onze materiële omstandigheden.

Niet smeken en preken

We mogen niet verwachten dat de machtigen vanuit de goedheid van hun hart hun macht opgeven. Buiten de context van de klimaatbeweging geldt dit net zo goed: van arbeidsconflicten bij kleine bedrijven tot ingewikkelde elitenetwerken van de transnationale kapitalistische klasse. We kunnen ook niet verwachten dat de meerderheid van de gewone mensen offers brengt omwille van verheven morele idealen. Vaak is het onmogelijk om zelfs de meest breed gedragen morele overtuigingen los te zien van de ideologie van de heersende klasse (kijk bijvoorbeeld naar hoe dekoloniale strijd gereduceerd wordt tot kwesties van eigendomsrechten, zoals sommige Native American wetenschappers beschrijven). Een solidaire beweging is een beweging die macht opbouwt in plaats van preekt en smeekt. Het is een beweging die verder gaat dan protest, en directe actie onderneemt om haar doelen te bereiken en zo collectieve macht opbouwt. We moeten daarom niet terughoudend zijn in het centraal stellen van onze gemeenschappelijke belangen. Socialisten hoeven niet op te scheppen en toeschouwers ervan te overtuigen dat zij betere mensen zijn, minder egoïstisch, altruïstischer, enzovoort. We hoeven ons niet zelfvoldaan te beroepen op morele principes van twijfelachtige herkomst: wel moeten we een concrete strategie bieden die mensen meer zeggenschap over hun leven geeft.

We hoeven ons niet zelfvoldaan te beroepen op morele principes van twijfelachtige herkomst: wel moeten we een concrete strategie bieden die mensen meer zeggenschap over hun leven geeft.

Solidariteit is dus niet het hoogste morele goed van het socialisme; solidariteit is slechts een middel om een betere wereld te winnen. En als we daar eenmaal zijn, hebben we het misschien niet eens meer nodig. Ja, de opbouw van het socialisme vereist vele lange avonden met onbekenden – en soms zijn ze onaangenaam – die toevallig onze politieke doelen delen. We zouden kunnen stellen dat ons doel er ten dele uit bestaat dat we de noodzaak overwinnen om te moeten strijden met onbekende mensen die we allicht helemaal niet zo leuk vinden. Maar zover zijn we nog niet. De moraal van het verhaal is dat als we dat willen bereiken, we niet moeten moraliseren, maar organiseren.

Enzo Rossi is universitair hoofddocent politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam.