Search
Close this search box.

Meer dan een ‘arbeider’

Het beeld van ‘de arbeider’ als onderdrukte potentiële held heeft hem binnen linkse traditionele kringen een mythische status gegeven, schrijft Farah Bazzi in haar column voor Een wereld te winnen. Maar juist als we het over de 'arbeidersklasse' hebben moeten we geen genoegen nemen met de vastgeroeste ideeën die nog steeds aan hen kleven.
Illustratie: Thomas van Gaalen.

Jacobin #1 over ‘Zorgen’ is uit.
Abonneer je voor €30 en we sturen hem op.

‘In dit boek is mijn grootvader slechts een bracero. Maar hij was zoveel meer dan alleen een (gast)arbeider. Hij was Juan… Waarom lezen we niet zijn verhaal?’ Met deze woorden uitte een van mijn studenten, tijdens een werkgroep die ik gaf over Mexicaanse arbeidsmigratie naar de Verenigde Staten, haar ongenoegen over de eendimensionale wijze waarop sommige historici over arbeiders, zoals haar grootvader, hebben geschreven. In geschiedenisboeken was haar grootvader één van de ruim 4,5 miljoen Mexicaanse gastarbeiders die tussen 1942 en 1964 door officiële instanties naar de Verenigde Staten werden gehaald om, in het tijdperk na de Tweede Wereldoorlog, het tekort aan arbeidskrachten in de landbouw op te vullen. Maar in de ogen van mijn student was haar grootvader een complex mens die niet alleen met zijn arbeid te vereenzelvigen is. 

Ik begreep de frustratie van mijn student maar al te goed. Alhoewel mijn student en ik niet dezelfde nationale en culturele achtergrond hebben — ik ben niet in de VS opgegroeid, maar in Nederland en mijn grootouders komen niet uit Mexico, maar uit Libanon — zijn we allebei het product van diezelfde ingebeelde universele gemeenschap: ‘de arbeidersklasse’. Ook ik heb tijdens mijn studie geworsteld met het idee dat mijn opa’s, vader, moeder, tantes, nichtjes en buren, allemaal leden van de arbeidersklasse, in de boeken die ik las alleen maar de rol van protagonisten in een historische strijd tegen de heersende onderdrukkende klasse mochten spelen. In tegenstelling tot mijn linkse studiegenootjes kon ik tijdens mijn studententijd niet betoverd raken door de werken van marxistische historici. Alhoewel ik hun kritiek op het kapitalisme en hun focus op de materiële condities inzichtelijk vond, voelde het lezen van hun boeken soms ook als het aanschouwen van een zwart-wit film uit de vorige eeuw; alhoewel ik begreep dat de beperkingen van de technologie mijn zicht belemmerden, bleef ik toch nieuwsgierig naar de realiteit die schuilging achter de twee dominante kleuren op het scherm. Ik bleef maar gissen naar het ongeziene.  

Het gebrek aan nieuwsgierigheid naar de visie, wensen, dromen en ambities van arbeiders kan niet meer als vanzelfsprekend worden gezien en worden weggewuifd met het excuus dat ‘de arbeider’ nog altijd een vervreemd bestaan binnen het kapitalistisch systeem leidt.

Het beeld van ‘de arbeider’ als onderdrukte potentiële held heeft hem binnen linkse traditionele kringen een mythische status gegeven. En zoals dat bij zoveel mythes het geval is, is ook dit, door de tijd heen, een projectie gebleken. Inmiddels ben ik de romantisering van ‘de arbeider,’ als historisch en sociaal figuur, steeds beter gaan begrijpen. Marxistische denkers, die zich ten dienste probeerde te stellen van de strijd tegen het kapitalisme, vergaten soms dat zij schreven over een groep mensen die zij slechts uit boeken kenden. Arbeiders en hun nazaten werden eeuwenlang niet tot de kennis-producerende klasse gerekend, ook niet binnen linkse wetenschappelijke kringen. Kennis, over zichzelf en over de wereld om hen heen, mochten zij alleen consumeren. Schrijven over ‘de arbeider’ was een privilege dat hen niet toebehoorde. Het is pas kortgeleden dat leden van de arbeidersklasse de toegang tot wetenschappelijke instituties hebben verworven. In tegenstelling tot hun docenten, zijn deze studenten niet slechts geïnteresseerd in de sociale relatie(s) van de arbeider, maar ook in de gelaagde mens die schuilgaat achter deze term. Met hun confronterende vragen ontvouwen zij vergeten werelden die door arbeiders zelf zijn gezien, gevreesd, gedroomd en gebouwd. 

Je zou je kunnen afvragen in hoeverre deze mate van nieuwsgierigheid naar de mens achter de arbeider noodzakelijk of zelfs wenselijk is. Zou het de linkse strijd tegen het grootkapitaal dienen? Of is dit slechts een afleidingsmanoeuvre die de emancipatie van ‘de arbeider’ en de groei van zijn klassenbewustzijn alleen maar in de weg zal zitten? Het is belangrijk dat men op links deze vragen serieus neemt en overtuigende antwoorden formuleert. Het gebrek aan nieuwsgierigheid naar de visie, wensen, dromen en ambities van arbeiders kan niet meer als vanzelfsprekend worden gezien en worden weggewuifd met het excuus dat ‘de arbeider’ nog altijd een vervreemd bestaan binnen het kapitalistisch systeem leidt. Binnen de linkse bewegingen van de toekomst zou er geen plek meer moeten zijn voor een dergelijke paternalistische houding. Er zullen namelijk steeds meer studenten bijkomen die, net als mijn student en ik, geen genoegen nemen met archaïsche en vastgeroeste ideeën over de arbeidersklasse. Zij weten dat de geschiedenis van de arbeidersklasse ons veel leert over de werelden van gisteren, vandaag en morgen. Maar om dit te bewerkstelligen dienen we bereid te zijn om onze aannames los te laten en arbeiders te zien voor wie zij daadwerkelijk zijn of waren. Zal links het aandurven de wereld(en) van arbeiders, op hun voorwaarden, te betreden?

Farah Bazzi is redacteur van Jacobin Nederland en promoveert in de vroegmoderne wereldgeschiedenis aan Stanford University.

Abonneer je voor €20 en krijg toegang tot alle artikelen of voor €30 en ontvang dit jaar twee nummers op papier