Search
Close this search box.

Macron steekt Franse Zonnekoning naar de kroon

In Nederland lijkt niet iedereen te begrijpen waarom de Fransen zich zo massaal verzetten tegen de nieuwe pensioenwet van Macron. Een paar jaar later met pensioen kunnen, zo erg is dat toch niet? Maar de protesten worden een stuk begrijpelijker als je weet wat er op het spel staat, en wat er nog meer in de woede besloten ligt.

Abonneer je voor €30 en krijg toegang tot alle artikelen en dit jaar twee nummers op papier.

Op een beroemd affiche dat tijdens de studentenopstand van mei ’68 overal in de straten van Parijs hing, staan slechts vijf woorden: L’état, c’est moi. Woorden die de Zonnekoning, Lodewijk XIV, tegen een rechter zou hebben gesproken toen deze hem wees op het verschil tussen koningschap en staat. Onder de tekst staat een geheven vuist die uit de mouw van een jasje steekt, en in die mouw zijn zowel de militaire pet als het profiel van president De Gaulle te herkennen. De Franse studenten- en arbeidersopstand van precies 55 jaar geleden richtte zich tegen het autoritaire bewind van deze oude generaal en vergeleek dit met het beleid van de Zonnekoning. De studenten eisten onder meer inspraak in de organisatie van het onderwijs, sociale hervormingen en gelijke rechten voor vrouwen. Arbeidersbewegingen sloten zich bij hun demonstraties aan, waarop De Gaulle er politie-eenheden op af stuurde die een averechts effect hadden. De demonstraties groeiden uit tot een massale volksopstand. Een jaar later schreef De Gaulle een referendum uit over de hervorming van de senaat. Hij verloor en trad af.   

Het vraagt niet veel verbeelding om de aanhoudende protesten en massale demonstraties tegen het beleid van Macron, met de opstand van mei ’68 te vergelijken. Ook de uitspraak L’état, c’est moi is al op meerdere boek- en tijdschriftcovers aan de huidige Franse president toegeschreven. Maar eigenlijk is de situatie nu ernstiger dan toen. De protesten duren niet een paar maanden, maar al enkele jaren, en de populariteit van Macron ligt vele tientallen procenten lager dan die van De Gaulle op zijn dieptepunt. 

De Franse protesten

De protesten begonnen vijf jaar geleden bij de gilets jaunes: de ‘gele hesjes’. Ondanks zijn verkiezingsbeloften had Macron nog niets gedaan voor de verarmde buitenwijken en het Franse platteland, maar wel de belastingen – onder meer op benzine – verhoogd en publieke voorzieningen opgeheven. Ondertussen kreeg de Franse elite een douceurtje: de vermogensbelasting werd afgeschaft. In zijn tekst Qui a tué mon père? uit 2018 klaagde schrijver Edouard Louis de bestuurlijke klasse van Macron aan, die hij minachting voor de lagere klassen verweet. Hij betoogde dat het neoliberale kapitalisme, in combinatie met elitarisme en technocratie, een onderklasse had gecreëerd die gedoemd was tot een ‘miserabel’ en mensonwaardig bestaan. Hij voorspelde dat dit tot grote politieke onrust zou leiden en kreeg daarin, eerder dan hij zelf had verwacht, gelijk. Een paar maanden na de publicatie van zijn boek bezetten de eerste gele hesjes wegen en rotondes. Ruim zeventig (!) zaterdagen op rij hielden ze in grote en kleinere Franse steden protestdemonstraties tegen het beleid van Macron. 

Tijdens de coronapandemie smeulden deze protesten nog na, om de afgelopen maanden weer in alle hevigheid op te laaien toen Macron besloot om zijn herziening van het pensioenstelsel toch door te voeren – ondanks gebrek aan steun in het parlement. Weer waren de rapen gaar. Opnieuw ging Frankrijk massaal de straat op, en de demonstraties zijn voorlopig niet voorbij. Voor het eerst in twaalf jaar vormen de verschillende vakbonden weer een gemeenschappelijk front. Zelfs de CFDT, de grootste vakbond die meestal gauw tot compromissen bereid is, is nu van de partij. De onlangs benoemde (en eerste vrouwelijke) voorzitter van de tweede grootste vakbond CGT, Sophie Binet, wist in een mum van tijd de kritische gelederen te verenigen en kondigde deze week massale demonstraties aan voor 1 mei: de dag van de arbeid. 

 Voor de helft van de werkende mannen in de laagste inkomensklassen geldt dat ze waarschijnlijk niet ouder zullen worden dan eind zestig. Dan maakt het nogal uit of je pas vanaf je vierenzestigste van je rust mag genieten.

In Nederland lijkt niemand goed te begrijpen waarom de Fransen zich zo massaal verzetten tegen de nieuwe pensioenwet en Macrons beleid. Men noemt de Fransen ‘lui’ of ‘onredelijk’. Waarom accepteren ze niet gewoon dat de pensioengerechtigde leeftijd met een paar jaar omhooggaat, zoals wij dat ook hebben gedaan? Waarom zo zeuren over 64 jaar terwijl wij, zonder een kik te geven, zelfs 67 jaar hebben geaccepteerd? De Franse bevolking reageert inderdaad heel anders dan wij, en dat heeft niet alleen met hun revolutionaire DNA te maken. Vooral Macrons autoritaire bestuur, de groeiende inkomenskloof, de bezuinigingen op publieke voorzieningen, de fiscale voordelen voor de allerrijksten en de verstrekkende gevolgen van de pensioenwijziging, spelen mee. 

Het nieuwe pensioenstelsel

In het nieuwe pensioenstelsel van Macron moet je minstens 172 trimesters, oftewel 43 jaar, hebben gewerkt om je volledige pensioen te krijgen. Zijn die 43 jaar door zwangerschap, ouderschapsverlof, ziekte, tussentijdse werkloosheid of studie onderbroken, dan moet je langer doorwerken. Vrouwen, migranten, andere nieuwkomers en zij-instromers komen er bekaaid vanaf, en zullen in veel gevallen zelfs nog tot ver na hun 67e moeten doorwerken om een leefbaar pensioen te kunnen krijgen. Bovendien zijn de leefomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van met name de lagere inkomensklassen zo verslechterd (onder andere door Macrons beleid), dat hun levensverwachting een stuk lager ligt dan die van de beter bedeelden. Voor de helft van de werkende mannen in de laagste inkomensklassen geldt dat ze waarschijnlijk niet ouder zullen worden dan eind zestig. Dan maakt het nogal uit of je pas vanaf je vierenzestigste van je rust mag genieten.

In Frankrijk is niemand vergeten wat Macron als minister van Economische Zaken voor de camera’s zei: ‘Ik zou willen dat alle jongeren de wens koesterden miljardair te worden.’ Dit zegt veel over de neoliberale ideologie die hij aanhangt.

De pensioenwijziging heeft voor veel Fransen dus grote gevolgen, maar Macron blijft beweren dat die nodig is om het gat in de begroting te dichten. Economen en pensioenexperts als Michael Zemmour twijfelen echter aan de juistheid van deze prognoses. Het begrotingstekort zou niet alleen minder groot zijn, ook de uitgaven, met name aan ziektekosten, zullen vanwege de verhoging van de pensioenleeftijd juist stijgen. Ook vinden veel Fransen dat de bezuinigingen niet in verhouding staan tot het financiële verlies dat de Franse staat jaarlijks lijdt door grote vermogens en bedrijven niet naar draagkracht te belasten, en door grootschalige belastingfraude en
-ontduiking niet aan te pakken. 

In Frankrijk is niemand vergeten wat Macron als minister van Economische Zaken voor de camera’s zei: ‘Ik zou willen dat alle jongeren de wens koesterden miljardair te worden.’ Dit zegt veel over de neoliberale ideologie die hij aanhangt. Toen hij president werd, schafte Macron al heel snel de ISF af; de belasting op grote vermogens. Naast een beleid van privatisering heeft deze maatregel ervoor gezorgd dat het vermogen van de rijken met sprongen vooruitging, terwijl de koopkracht van uitkeringen en lagere inkomens aanzienlijk verzwakte. Toen Macron met kritiek op zijn beleid werd geconfronteerd, was zijn antwoord: ‘Jaloezie is een naargeestige drijfveer.’ Neem daarbij zijn arrogantie, domme uitspraken en keuze voor termen als ‘haatdragende volksmassa’s’ en ‘nietsnutten’ in televisietoespraken, en het wordt niet heel onbegrijpelijk dat de woede zich bij veel Fransen ophoopt. 

Ruim 70% van de Fransen is tegen de pensioenhervorming. Niet alleen vanwege de inhoud van de nieuwe wet, die voor velen nadelige gevolgen zal hebben, maar ook door de manier waarop Macron hem erdoorheen heeft geduwd. Toen duidelijk werd dat de wet op onvoldoende steun in het parlement kon rekenen, maakte Macron handig gebruik van artikel 49.3 in de grondwet, die het de regering mogelijk maakt om een stemming in het parlement te omzeilen. De afgelopen weken werd duidelijk dat de Fransen een dergelijk ondemocratisch bestuur niet langer willen accepteren. Macron beweert dat de pensioenbezuiniging nodig is om andere publieke sectoren, waarop hij al flink bezuinigd heeft, te bekostigen. Maar, zoals Solange Manche eerder in Jacobin schreef, in het wetsvoorstel staat dat de bezuinigingen feitelijk als compensatie dienen voor de afschaffing van de CVAE: de omzetbelasting voor bedrijven. 

Excessief politiegeweld

De Fransen hebben inmiddels begrepen dat de neoliberale politiek van Macron er vooral toe dient om de hoge inkomensgroepen, grote vermogens en bedrijven te dienen, en niet de Franse bevolking zelf. Dat is de reden waarom zij nu massaal de straat op gaan, en niet omdat ze ‘lui’ of ‘onredelijk’ zijn. Net als De Gaulle destijds is het enige antwoord van Macron op de protesten keihard politieoptreden. De manier waarop de Franse forces de l’ordre tekeergingen toen de spontane protesten oplaaiden, is ronduit stuitend te noemen. Zelfs de Raad van Europa heeft er zijn zorgen over uitgesproken en beschreef het als ‘excessief geweld’.

De minister van Binnenlandse Zaken, Gérald Darmanin, probeert dit schandaal te verdoezelen door de aandacht te vestigen op het handjevol relschoppers dat aan de protestacties meedoet, en op de slachtoffers bij de politie-eenheden. Toch is het overduidelijk dat de meeste gewonden te vinden zijn onder vreedzame demonstranten. Beelden van politiemannen in Robocop-tenue die er met gummiknuppels op los meppen, of die op motorfietsen achter mensen aan racen, zijn er genoeg. Het politiegeweld bereikte een dieptepunt bij een grote demonstratie tegen de aanleg van mega-bassins bij het dorp Sainte-Soline, begin maart. Meer dan 3.000 forces de l’ordre wachtten de naar schatting 10.000 demonstranten op. Het werd een veldslag, waarbij gewonden vielen bij de politie en (veel meer nog) demonstranten. Twee van hen raakten daarbij in coma.

Darmanin rechtvaardigde dit geweld door erop te wijzen dat zich onder de demonstranten gewapende deelnemers bevonden. Volgens de prestigieuze ‘Liga van de Mensenrechten’ (Ligue des Droits de l’Homme), die bij de demonstratie aanwezig was, betrof dit echter een zeer kleine minderheid. De meeste demonstranten waren ecologisch bevlogen jongeren, die de mega-bassins onaanvaardbaar vinden omdat het opgevangen water slechts vier procent van de agro-industriëlen in de omgeving dient, terwijl de bassins schadelijk kunnen zijn voor de natuur en kleinere boerenbedrijven. Darmanin dreigt nu de staatssubsidie voor de Liga van de Mensenrechten in te trekken. Als mensenrechtenorganisaties zich tegen het beleid van de regering keren, draai je gewoon de subsidiekraan dicht.

Macron en zijn regering hebben het klaargespeeld om niet alleen werkende Fransen van middelbare leeftijd tegen zich in het harnas te jagen, maar ook jongeren voor wie de pensioenleeftijd eigenlijk een secundair probleem is en die zich vooral zorgen maken over de toekomst van de planeet. De forse deelname van jongeren aan de demonstraties zou de komende periode beslissend kunnen zijn. 


Meer dan 3.000 forces de l’ordre wachtten de naar schatting 10.000 demonstranten op. Het werd een veldslag, waarbij gewonden vielen bij de politie en (veel meer nog) demonstranten. Twee van hen raakten daarbij in coma. 

De vraag die Frankrijk momenteel bezighoudt, is: kan er nog wel sprake zijn van ‘democratie’ als de ene helft van het volk zich uit wantrouwen van de politiek heeft afgekeerd en niet meer stemt, terwijl de andere helft volksvertegenwoordigers heeft gekozen die zich in meerderheid tegen Macrons plannen hebben gekeerd, maar die zich via een maas in de wet genegeerd zien? Voorstellen voor meer inspraak in de vorm van een burgerberaad of referendum, werden van tafel geveegd. De gerenommeerde historicus en socioloog Pierre Rosanvallon, tot voor kort lid van het College de France, noemde in een televisiedebat op 17 april de democratische crisis die Frankrijk doormaakt ‘de ergste crisis sinds de onafhankelijkheidsoorlog met Algerije’. Hij typeert het beleid van Macron als ‘arrogant’, ‘ondemocratisch’ en als ‘een door blindheid geleide autoritaire drift’.

De vraag is ook of Macron zich niet heeft verkeken in zijn 21e-eeuwse imitatie van de Zonnekoning. De staat is niet van Macron, maar van het Franse volk, dat al in ruime meerderheid lijkt te hebben besloten dat hij moet aftreden. ‘Macron démission!’ zal op 1 mei ongetwijfeld de meest gehoorde slogan worden. De gele hesjes zijn inmiddels vervangen door ‘casseroles’: potten, pannen en deksels. De ‘casserolade’ van 1 mei belooft een zeer rumoerige lawaaidemonstratie te worden.

Joke J. Hermsen is schrijfster en filosofe. Ze schreef onder meer de essays Stil de tijd (2010), Kairos (2014) en naar aanleiding van de ‘gilets jaunes’-opstand Het tij keren. Met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt (2019) Ze is ook de auteur van een nieuw hoorspel over Rosa Luxemburg (geregisseerd door Jose Kuipers)

Caspar Visser ‘t Hooft is schrijver en woont al 33 jaar in Frankrijk. Hij is auteur van romans, novellen en essays. Zijn laatste werk is de bundel Frankrijk in vijftig nuances (2022). 

(Beeld: Affiche uit 1968)