Begin deze maand konden gewone Brazilianen zich verheugen over het nieuws dat I’m Still Here een Oscar won in de categorie ‘Beste Buitenlandse Film’. Het was de eerste Braziliaanse film ooit die de prestigieuze prijs in de wacht sleepte. Het werk van Walter Salles, met Fernanda Torres en Selton Mello in de hoofdrol, laat sterk zien welke menselijke tol het verzet tegen de militaire dictatuur in Brazilië eiste.
Het verhaal concentreert zich rond de familie van Rubens Paiva, een tegenstander van de junta die in 1971 werd gemarteld en vermoord. Paiva was een sociaaldemocraat die na de machtsovername door de dictatuur in 1964 in Joegoslavië en Parijs woonde, maar naar huis terugkeerde om zijn gezinsleven voort te zetten. De film gaat hier niet te diep op in – ogenschijnlijk is het een verhaal over de ervaringen van de Paiva’s met vervolging door de staat en hun strijd voor gerechtigheid. Vooral Rubens’ vrouw Eunice, die in 2018 op 89-jarige leeftijd overleed, staat centraal.

Maar aangezien de film een brede discussie op gang bracht over de decennia durende militaire dictatuur in Brazilië (en de mensenrechtenschendingen die hieronder plaatsvonden), is het de moeite om ook stil te staan bij het imperialisme van het bedrijfsleven – voornamelijk vanuit de Verenigde Staten. Dit bevoorraadde de slagers, legitimeerde het regime en vermoordde uiteindelijk Paiva en zijn kameraden.
Rubens de hervormer
Rubens Paiva werd in 1929 geboren in Santos, São Paulo. Als student stortte hij zich op de centrumlinkse politiek. Als studentenraadleider sloot hij zich aan bij Oil Is Ours, een campagne begin jaren vijftig die tot doel had de Braziliaanse olie-industrie volledig te nationaliseren. Als lid van de Braziliaanse Arbeiderspartij (PTB) werd hij verkozen als congreslid onder het voorzitterschap van João Goulart van de PTB. Paiva trad begin 1963 aan.
In de nasleep van deze verkiezingen werd duidelijk dat kandidaten die tegen (de linkse) Goulart waren, werden gefinancierd door twee rechtse denktanks: het Institute of Research and Social Studies (IPES) en het Brazilian Institute for Democratic Action (IBAD). Beide organisaties, opgericht door David Rockefeller in opdracht van John F. Kennedy om ‘meer Cuba’s’ in Latijns-Amerika te voorkomen, werden gesteund met miljoenen dollars van Amerikaanse zakenlieden. Dat gebeurde via Kennedy’s overkoepelende Business Group for Latin America, die zelfbeschikking op het continent wilde ondermijnen.
Paiva was vrijwel meteen betrokken bij een parlementaire commissie die de activiteiten van IPES en IBAD moest onderzoeken, met speciale aandacht voor hun buitenlandse financiering. En vrijwel meteen werd dit onderzoek verziekt door sabotage, waarbij IPES en IBAD het bewijsmateriaal sneller vernietigden dan het kon worden onderzocht.
Via de Business Group for Latin America werden generaals omgekocht en werd propaganda het land ingestuurd om hysterie te creëren: Brazilië zou op het punt staan te worden overgenomen door communisten.
Tijdens de onderzoeken vonden er parallelle discussies plaats in Washington. Toen Goulart met het voorstel kwam voor wat hij ‘basishervormingen’ noemde – waaronder een verhoogd minimumloon en landbouwhervormingen – en een onafhankelijk buitenlands beleid dat nauwere relaties met China en de Sovjet-Unie nastreefde, keerden de hoofden in Washington zich. Robert F. Kennedy, toen procureur-generaal, was woedend na zijn ontmoetingen met Goulart en noemde hem ‘een Braziliaanse Jimmy Hoffa’.
Zijn presidentiële broer stelde een militaire interventie voor om het ‘Braziliaanse probleem’ op te lossen. In een toespraak voor een groep Amerikaanse militairen zei Rockefeller dat het Amerikaanse bedrijfsleven en de financiële wereld hadden besloten dat Goulart totaal onaanvaardbaar was en moest vertrekken. Via de Business Group for Latin America werden generaals omgekocht en werd propaganda het land ingestuurd om hysterie te creëren: Brazilië zou op het punt staan te worden overgenomen door communisten.
Dit creëerde de voorwaarden voor de staatsgreep van 1964, waarin Goulart werd vervangen door een militaire dictatuur. Een van de organisaties waarnaar Paiva onderzoek deed, het IPES, werd omgevormd tot een nieuwe geheime politie: de Nationale Informatiedienst (SNI). Deze diende als ruggengraat voor het systeem van surveillance en onderdrukking van het militaire regime. Uiteindelijk werd Paiva door deze organisatie vermoord.
De hand van Washington
Veel Brazilianen beschouwen de betrokkenheid van de VS bij hun interne aangelegenheden – en de orkestratie van de staatsgreep van 1964 – als een gegeven. Anderen bagatelliseren de rol van de VS en volgen nog steeds het Amerikaanse standpunt uit de jaren zestig: de strategie van Washington en de gebeurtenissen in Brazilië stonden los van elkaar en alleen een algemene anticommunistische bezorgdheid kenmerkte het afstandelijke beleid rond Brazilië.
Deze lijn brokkelde eind jaren zeventig af, niet in de laatste plaats door onthullingen van Jan K. Black, een voormalig CIA-analist. In haar belangrijke boek United States Penetration of Brazil legde ze de Amerikaanse financiering en (militaire) planning bloot die moest voorkomen dat Goulart zich tegen de staatsgreep zou verzetten (iets wat Paiva van de regering eiste).
Het vuurtje werd alleen maar verder aangewakkerd toen meer geheime documenten vrijkwamen die militaire plannen van de VS onthulden. Zoals Operation Brother Sam, waarbij de VS een vloot torpedojagers, tankers en het vliegdekschip USS Forrestal stuurde om luchtaanvallen uit te kunnen voeren mocht de junta weerstand ondervinden.
Uiteindelijk was deze troepenmacht niet nodig. Goulart vernam van een Amerikaans plan om Brazilië via de staat Minas Gerais te verdelen. Hij vreesde dat hierdoor een opdeling naar Koreaans model zou ontstaan. Daarom verzette hij zich niet tegen de junta, ondanks dat bondgenoten als Paiva en Leonel Brizola (gouverneur van de deelstaat Rio Grande do Sul) hiervoor pleitten.
De Business Group for Latin America kon de overwinning opeisen door hun ‘Braziliaanse Hoffa’ uit de weg te ruimen. Met meer dan dertig bedrijven die de groep overspoelden met geld, kon deze zichzelf in 1965 transformeren tot de Council of the Americas (COA). Ook vandaag is de steun van deze Council aan Zuid-Amerikaanse fascistische en putschistische bewegingen nog steeds duidelijk.
Bolsonaro boys
Deze brutaliteit kwam ook naar voren in de Braziliaanse politiek van de afgelopen tien jaar. Vaak wordt er in vage termen gesproken over ‘Amerikaanse bedrijven’ die staatsgrepen steunen en de bemoeienis van de COA kan subtiel zijn – veelal gericht op het opleiden van jonge liberale politici, op ‘progressieve’ ngo’s of ‘neutrale’ regionale journalistiek.
Zijn hele politieke leven lang heeft Bolsonaro zijn minachting voor Rubens Paiva en de duizenden die naast hem werden gemarteld en vermoord, nooit onder stoelen of banken gestoken.
Maar door ontmoetingen met dergelijke, aan de CIA gelieerde lobby’s, werd Jair Bolsonaro – lang beschouwd als schertsfiguur van de rechts-krankzinnige rand van Brazilië – als bedrijfsvriendelijke conservatief voor Washington gelanceerd.
Zijn hele politieke leven lang heeft Bolsonaro zijn minachting voor Rubens Paiva en de duizenden die naast hem werden gemarteld en vermoord, nooit onder stoelen of banken gestoken. De wortels gaan diep: in de jaren vijftig en zestig was Paiva’s vader de huisbaas van de familie Bolsonaro in de deelstaat São Paulo. Nog steeds beweren de Bolsonaro’s dat de ranch van Paiva het hoofdkwartier was van het gewapende anti-dictatoriale verzet van rebellenleider Carlos Lamarca.
Nadat een Nationale Waarheidscommissie in 2014 mensenrechtenschendingen in het Brazilië van de twintigste eeuw had onderzocht, werd er een buste van Rubens Paiva geïnstalleerd in het Congres. Jair Bolsonaro spuugde hierop. Tijdens de ‘zachte coup’ van 2016 droeg hij zijn stem om Dilma Rousseff af te zetten op aan Carlos Brilhante Ustra: de jager, folteraar en moordenaar van verzetsmensen. Weer twee jaar later werd Bolsonaro tot president verkozen.
Deze periode – die velen de ‘lange staatsgreep’ van 2013-2018 noemen – stond onder sterke invloed van Lava Jato (‘Wasstraat’): een ‘anti-corruptie-operatie’ die ongetwijfeld een belangrijke rol heeft gespeeld in Bolsonaro’s verkiezing. Lava Jato gebruikte valse beschuldigingen van corruptie om de werkelijke motieven van de coup-aanstichters te maskeren en vormde de ruggengraat van de lange staatsgreep, waarbij de Amerikaanse Ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken zich actief inzetten om de linkse president Dilma Rousseff ten val te brengen, Lula da Silva gevangen te zetten en Bolsonaro te verkiezen.
Sergio Moro, gementord door de VS en beloond met de hoogste militaire onderscheiding voor zijn rol in het gevangenzetten van Lula, kreeg een ministerspost in de extreemrechtse, door militairen gedomineerde regering-Bolsonaro. Zelfs Bolsonaro’s assistent en leider op het gebied van buitenlands beleid, Filipe Martins, was eerder speciaal adviseur op de Amerikaanse ambassade.
Na de val van de regering-Bolsonaro, de vrijlating van Lula en Lula’s overwinning in de presidentsverkiezingen van 2022, was de mislukte staatsgreep van januari 2023 een laatste wanhopige poging van de reactionaire krachten om aan de macht te blijven.
De beramers van vandaag
Het mislukken van deze staatsgreep, de recente arrestatie van Bolsonaro voor zijn betrokkenheid bij diezelfde staatsgreep, en de Oscar voor I’m Still Here, geven miljoenen Brazilianen reden tot vreugde en vertrouwen. Tegelijkertijd wordt Brazilië geconfronteerd met een nieuwe golf van Amerikaanse inmenging die de erfgenamen van de militaire dictatuur rechtstreeks steunt. De posities voor een nieuwe staatsgreep worden ingenomen en rechtse politici proberen naarstig om Bolsonaro te laten meedoen aan de verkiezingen van volgend jaar. De politieke boodschap van I’m Still Here is wel het laatste wat zij nodig hebben.
Op het moment van schrijven heeft niemand van de culturele organen verbonden aan de Council of the Americas I’m Still Here genoemd. Met hun indrukwekkende grip op de macht en de media-infrastructuur voelen ze waarschijnlijk niet de noodzaak om dat te doen. De organisatie heeft nog altijd een belangrijke rol in het soort ontwrichting dat de Braziliaanse democratie sinds haar herstel in 1989 heeft belemmerd.
I’m Still Here is een hartverscheurend verhaal, maar inspireert ook. Het gaat veel verder en dieper dan de veerkracht van Eunice Paiva en haar familie. Het laat zien welke macht het bedrijfsleven uitoefent op Brazilië, welke rol het imperialisme en staatsonderdrukking spelen en hoe de Verenigde Staten en hun handlangers in het verleden Brazilianen behandelden die hun eigen land wilden besturen. De film leert ons over het Brazilië van vandaag en zal een enorme steun zijn bij het bestrijden van de krachten die de ontwikkeling van de Braziliaanse democratie bedreigen.
Charlie Prado is een schrijver uit São Paulo, Brazilië.
Vertaling: Tina Hoenderdos