Kan popcultuur antikapitalistisch zijn?

Van Parasite tot Succession: de afgelopen jaren werden opvallend veel films en series met een antikapitalistische boodschap opgepikt en omarmd door het grote publiek. Maar kan popcultuur – toch bij uitstek commercieel – echt antikapitalistisch zijn?

Lekker aan het lezen? Word abonnee en help ons om Jacobin ook echt op papier te laten verschijnen.

In 2019 schreef de film Parasite geschiedenis door de Oscar voor Beste Film te winnen. Het was op zich al bijzonder dat een Koreaanse film er met de grootste prijs vandoor ging op het jaarlijkse feestje van de Amerikaanse filmindustrie . Nog opmerkelijker was dat de Oscar naar een film ging met een uitgesproken antikapitalistisch karakter. In Parasite probeert een arme familie haar armoede te ontsnappen door bij een steenrijke familie in dienst te treden en zo te teren op hun welvaart. Maar algauw blijkt dat ze in hun nieuwe leven minstens zo machteloos en minderwaardig zijn als vroeger. Door de twee uitersten van ongelijkheid op een indringende manier te dramatiseren, laat de film haarfijn zien dat maatschappelijke posities niet door individuele talenten worden bepaald, maar op voorhand door het sociaal-economische systeem.

Films werden immers gemaakt als vermaak
voor een middenklasse die zich niet alleen
moest afzetten tegen de proletariërs, maar die
ook gerustgesteld moest worden:
de rijke elite is ook niet onberispelijk.

Geruststellend vermaak voor de middenklasse

Dat staat in Hollywood gelijk aan vloeken in de kerk. In de Amerikaanse filmgeschiedenis tref je talrijke voorbeelden van corrupte zakenmannen, kwaadaardige bankdirecteuren en gewetenloze magnaten. Films werden immers gemaakt als vermaak voor een middenklasse die zich niet alleen moest afzetten tegen de proletariërs, maar die ook gerustgesteld moest worden: de rijke elite is ook niet onberispelijk. Tegelijkertijd bleef de centrale boodschap altijd hetzelfde: er zijn heus kwaadwillende individuen die misbruik maken van het systeem, maar met het kapitalisme zelf is niets mis. Sterker nog, die rotte appels werden aan het eind van de film consequent verwijderd, wat juist aantoonde dat het systeem uiteindelijk goed en rechtvaardig functioneert. 

Waait er een antikapitalistische wind door de filmindustrie?

Wat dat betreft lijkt er nu wel degelijk iets te zijn veranderd. Naast Parasite verschenen er in recente jaren populaire series als Succession en Squid Game, die zich volledig richten op de onrechtvaardigheid die diep in het kapitalisme geworteld zit. In de nasleep van de economische crisis van 2008 zien we ook steeds meer films die een haast gedramatiseerd hoorcollege geven over de ongebreidelde excessen van financiële markten, zoals The Wolf of Wall Street en The Big Short. Om nog maar te zwijgen van de vele series waarin gewiekste oplichters in noodtempo miljoenen verdienen in een wereld waarin deze charismatische sociopaten stelselmatig worden aanbeden.

Is dit het begin van een nieuwe antikapitalistische golf in Amerikaans entertainment? Zijn de ‘toekomstloze’ millennials beter in staat om de pijnpunten van het systeem te herkennen dan de generaties voor hen? Welk publiek bereiken deze films, en maakt dat iets uit? Wanneer is een film eigenlijk antikapitalistisch?

Een ideologie zonder inhoud

Laten we beginnen met de vraag of we populair entertainment daadwerkelijk antikapitalistisch mogen noemen. Film en televisie zijn commerciële industrieën bij uitstek. Films en series zijn bovenal producten die binnen een kapitalistische markt winst moeten opleveren. Dat brengt ons meteen op een van de fascinerendste tegenstrijdigheden: het kapitalisme is een ideologisch project zonder ideologische inhoud. Anders dan het socialisme, dat voortkomt uit wezenlijke idealen, zijn er geen morele waarden die het kapitalisme ideologische invulling geven. Met andere woorden: het maakt niet uit waar we in geloven, zolang we ons niet onttrekken aan de circulatie van geld en producten.

Het is zelfs nog erger: het kapitalistische systeem werkt het beste als we er met zijn allen juist níet in geloven. Zoals elke romantische komedie ons voorschrijft, leren we steeds opnieuw dat geld niet gelukkig maakt – rijkdom wordt gepresenteerd als niet meer dan een aangename bijkomstigheid. Je daadwerkelijke toewijding aan geld uitspreken als enige relevante maatstaf, is niet te rijmen met de liberale en humanistische ideeën waaruit kapitalistische structuren zijn voortgekomen. Alleen door te doen alsof we niet om geld geven, kunnen we blijven meedoen aan een systeem waarin alles uiteindelijk door de macht van het kapitaal wordt gedicteerd.

Het is niet het verhaal, maar de vórm
die in wezen kapitalistische propaganda
uitdraagt.

Kapitalistische vs. antikapitalistische films

Als het gaat om de vraag of een film of serie pro- of antikapitalistisch is, kun je beter kijken naar de sociale hiërarchie die uit de rolverdeling in het verhaal spreekt. Verhalen waarin het individu centraal staat, versterken impliciet het idee dat het in onze samenleving ieder voor zich is. Het is niet het verhaal, maar de vórm die in wezen kapitalistische propaganda uitdraagt. Wanneer we het vanzelfsprekend vinden dat ons lot bepaald wordt door puur individuele talenten, gaan we ideologische concepten als concurrentie, zelfredzaamheid en privé-bezit ook eerder als ‘natuurlijk’ beschouwen.

Vandaar dat juist verhalen waarin collectiviteit centraal staat eerder worden gezien als antikapitalistisch. De klassieke vakbondsfilm Matewan (1987) gaat niet over een enkele, heldhaftige mijnwerker, maar over een diverse gemeenschap van mensen die langzaam maar zeker ontdekken dat ze meer met elkaar gemeen hebben dan ze dachten. Juist het feit dat we ze individuele concurrentie zien ontstijgen, maakt de film zo’n krachtig antikapitalistisch statement.

Hetzelfde kun je zeggen van plots die voortbouwen op de Spartacus-mythologie, zoals The Hunger Games en Squid Game. Daarin staan de spelen waaraan de hoofdpersonen moeten deelnemen, symbool voor een arbeidsmarkt waarin je hoe dan ook wordt uitgebuit voor het gewin van een piepkleine elite. De verandering die we in deze verhalen bij de spelers zien ontstaan, en hun vermogen om zich tegen deze uitbuiting te verzetten, vormt daarom een treffende allegorie voor een antikapitalistisch bewustwordingsproces. 

Hunger Games-fans gaan nergens de
barricade op om vakbonden nieuw
leven in te blazen.

De boodschap dringt niet altijd door

Toch lijken ook deze meer radicale films niet bij te dragen aan sterkere antikapitalistische bewegingen. Hunger Games-fans gaan nergens de barricade op om vakbonden nieuw leven in te blazen en Squid Game-TikToks gaan vooral over de esthetiek van de serie, of zelfs over het sadistische genoegen om ‘zwakke’ spelers af te zien vallen.

The Wolf of Wall Street is een mooi voorbeeld. Martin Scorsese wilde met deze film een vernietigend portret maken van de manier waarop hedendaags marktkapitalisme alles en iedereen kapotmaakt. De film brengt de excessen in beeld die de opkomst en ondergang van een notoire oplichter in de aandelenhandel typeerden. Linkse critici bejubelden deze visie, en academici schreven uitgebreide verhandelingen over hoe de film een perfecte metafoor is voor de onrechtvaardigheid van ongereguleerd neoliberalisme. 

Grappig genoeg bleek de film voor de beurshandelaren op Wall Street eerder compliment dan belediging: zij zagen in hoofdpersoon Jordan Belfort een rolmodel, ondanks (of misschien juist vanwege) zijn pathologische excessen. Blijkbaar was het portret van een narcistische, gewetenloze fraudeur voor de huidige generatie kapitalisten eerder aantrekkelijk dan aanstootgevend. Hoofdrolspeler Leonardo DiCaprio voelde zich zelfs geroepen om het publiek tot de orde te roepen door in interviews te benadrukken dat zijn personage geen rolmodel moest worden. En ook bij Parasite zagen we zoiets gebeuren, toen steenrijke beroemdheden als Elon Musk en Ryan Reynolds ongeremd door enig gevoel voor ironie verkondigden wat een prachtige film dit was en hoeveel hij zegt over het vreselijke lot van de lagere klasse. 

Het zijn sprekende voorbeelden van de mate waarin het kapitaal zelf onverschillig blijft onder kritiek vanuit de popcultuur. Van Jordan Belfort tot de compromisloze, Trumpiaanse wereld van Succession: zelfs de scherpste satire doet weinig meer dan het gelijk van de grootste groep bevestigen, terwijl de elite het negeert of, erger nog, er waardering voor uitspreekt. 

Het kan zelfs nog gekker: afgelopen zomer kondigde Netflix aan dat ze kandidaten zochten voor een nieuwe realityserie waarin deelnemers de sadistische afvalrace uit Squid Game na mogen spelen, met een prijs van $4,5 miljoen voor de uiteindelijke winnaar. Het is het zoveelste pijnlijke voorbeeld van een systeem waarin zelfs expliciete antikapitalistische kritiek moeiteloos wordt geabsorbeerd door een commerciële media-industrie die uiteindelijk datzelfde kapitalisme bovenal in stand moet houden. 

Hoewel antikapitalistisch entertainment geen merkbare verandering veroorzaakt, mogen we ook niet onderschatten wat het doet  als schrijvers en regisseurs een luis in de pels van het systeem produceren. Een recente hit als Don’t Look Up (2022) heeft heus geen klimaatontkenners het licht doen zien, maar zorgde er wel voor dat er in kranten, talkshows, radioprogramma’s, podcasts, en ontelbare TikTok-filmpjes eindeloos gepraat werd over de relatie tussen media, politiek en de klimaatcrisis. 

Dat is misschien wel de belangrijkste functie van films, series en andere vormen van commerciële popcultuur die antikapitalistische kritiek uitdragen: niet als manifesto’s die een duidelijke politieke agenda uitdragen, maar als prikkels die het maatschappelijke debat naar deze onderwerpen toe kunnen leiden.

Dan Hassler-Forest werkt als mediawetenschapper aan de Universiteit Utrecht. Afgelopen jaar publiceerde hij een boek over de artiest Janelle Monae.

Geplaatst in Essay en getagd met , , , , .